BEGIN Toelichting

Een algemeen logisch symmetrisch indelingsmodel voor basale begrippen kan houvast bieden bij het
    denken en voelen en daarmee wellicht ook bijdragen aan een sterker verankerd "thuisgevoel"
    en/of "thuis-zijn-in-gevoel".

Het MTRE-indelingsmodel is een amateuristisch experimenteel voorbeeld voor hoe een indelingsmodel
    voor basale begrippen, als model van de werkelijkheid, er misschien uit zou kunnen zien.

De gedachte achter het MRTE-indelingsmodel is de vraag of en hoe het mogelijk zou kunnen zijn om
   basale begrippen in een min of meer algemeen logisch symmetrisch indelingsmodel te rangschikken,
   teneinde verbanden tussen de verschillende basisbegrippen op een bepaalde manier inzichtelijk te
   krijgen.
   De gekozen bepaalde manier in het MTRE-indelingsmodel is een semantische indeling (indeling naar
   betekenis) volgens het begrip "plaats".

Kernvraag is: hoe kom je op een natuurlijke, logische wijze van betrekkelijk    simpele begrippen
                                                           naar betrekkelijk complexere begrippen?

   _______________________________________________________________________________________________

   - Rubriekletter rubrieknaam         rubriekinhoud                                         vraag
   _______________________________________________________________________________________________

   -             M     materie              lichamen (voorwerpen, planten, dieren, mensen)     wat
   -             R      ruimte              locaties                                          waar
   -             T        tijd    tijd en bewegingen                                       wanneer
   -             E     energie          activiteiten                                        waarom
   _______________________________________________________________________________________________

   Indien dieren, net als mensen, een besef hebben van - en/of instinctief overweg kunnen met de
          vragen wat/wie, waar, wanneer, waarom/hoe, welke vragen binnen het MRTE-indelingsmodel
          aangeduid worden met de rubrieknamen materie, ruimte, tijd en energie, dan zou je kunnen
          veronderstellen dat deze begrippen wellicht ook op een primitieve wijze begrepen kunnen
          worden, namelijk op basis van relaties tussen zeer basale begrippen.
          Uitgangspunt binnen het MRTE-indelingsmodel is het basisbegrip "plaats" en daarvan
          afgeleid de begrippen binnen/inwendig, buiten/uitwendig en wel - of geen
          verplaatsing/beweging.
          Het indelingsmodel is een probeersel, waarbij door het ordenen van begrippen en woorden
          het indelingsmodel nader wordt getoetst op (on)aannemelijkheid en/of (on)bruikbaarheid.
          Het MRTE-indelingsmodel kan ook het kader zijn voor het begrip "informatie".

____________________________________________________________________________________________________

BEGIN Wat zijn de meest basale vragen en wat is de kern van de antwoorden op de meest basale vragen?
____________________________________________________________________________________________________

    Op weg van begin tot einde, in ruimte en tijd:

           - Wat is wel echt en wat is niet echt?
           - Wat is wel waar en wat is niet waar?
           - Wat is wel wijs en wat is niet wijs?

    Passen de basale denkpatronen van mens en dier in een algemeen geldend indelingsmodel?

    Uitgaande van onszelf als levend systeem binnen onze leefomgeving, zouden we kunnen beginnen met:
              -   wat vinden we?
              -   wat doen we?
              -   welke reacties mogen/kunnen we verwachten?

    De antwoorden lijken net als de vragen, een afspiegeling van gangbare indelingsconcepten met als
       kenmerkende begrippen: cycli, wederkerigheden en symmetrie.

    Hieronder staat een amateuristische experimentele poging om gangbare basale indelingsconcepten
              te integreren tot een overall/totale indelingsvisie in de vorm van een betrekkelijk
              simpel algemeen geldend indelingsmodel, gebaseerd op het begrip plaats.

____________________________________________________________________________________________________

END   Wat zijn de meest basale vragen en wat is de kern van de antwoorden op de meest basale vragen?
____________________________________________________________________________________________________

____________________

BEGIN wat vinden we?
____________________

   Moralistische termen als "goed" en "kwaad" lijken afgeleid van de basisbegrippen "meewerken" en
     "tegenwerken" en hebben daarmee betrekking op conflicterende doelen/doelgroepen.

     Moraal bestaat uit normen en waarden.

     Moraal en waarheid hebben veel "gezichten".

   Doel/toekomst.

     Teneinde te (over)leven hebben we als wezens richtlijnen/visies/verwachtingen nodig ten aanzien van onze
     (on)mogelijkheden, waarmee we kunnen anticiperen op wat ons mogelijk wel - en niet te wachten staat en
     hoe we onze invloed kunnen aanwenden om zelf mede vorm te geven aan onze toekomst.
     Richtlijnen, visies en verwachtingen zijn mede gebaseerd op onze moralen en inzichten/waarheden.

   Middelen.

     We herinneren en nemen waar in vormen van bijvoorbeeld:
            - beweging
            - druk/rek
            - geluid (oor)
            - genot
            - kou
            - leegte/gebrek
            - pijn
            - reuk  (neus)
            - smaak (mond)
            - tast
            - warmte
            - zicht  (oog)

     Je zou het begrip herinneren eventueel ook kunnen scharen onder het begrip waarnemen.

     Herinneringen en waarnemingen gaan al dan niet gepaard met geen -, zwakke - of sterke emoties.

     Herinneringen en waarnemingen    met emotie zijn gevoelens.
     Herinneringen en waarnemingen zonder emotie zijn verstandelijk/cerebraal.

     De middelen die tot onze beschikking staan voor het geven van richting en inhoud aan onze moralen en
        inzichten/waarheden zijn bestaan uit:

        - verstandelijke herinneringen (verleden/"onveranderlijk") en verstandelijke waarnemingen (nu/"veranderlijk")
          (o.h.a. omvangrijker en minder intens dan gevoel)
        -         gevoelsherinneringen (verleden/"onveranderlijk") en         gevoelswaarnemingen (nu/"veranderlijk")
          (o.h.a. beperkter    en   meer intens dan verstandelijk)

   Onze herinneringen en waarnemingen staan onder invloed van de inschatting van onze plaats ten op zichte van
   onze context/posities/relaties/afhankelijkheden/verwevingen/doelen/streven binnen onze omgeving.

   Onze herinneringen en waarnemingen staan onder invloed van de inschatting van onze relaties met onze
   leefomgevingen/leefwerelden en staan via moraal en inzichten/waarheden in het teken van de toekomst in de
   vorm van verwachtingen: positieve - of negatieve bruikbaarheid/nuttigheid/gebruikswaarden, (on)haalbaarheden.

   We zien in de toekomst vermijdbare - en nastreefbare aspecten.

   Evolutionair gezien is het logisch dat we onder invloed staan van primitieve - en/of complexe afwegingen
   over onze (on)mogelijkheden (kansberekeningen) in de vorm van verwachtingen.

   We baseren onze moralen en inzichten/waarheden/(grond)houdingen ten aanzien van aspecten, zaken en wezens
   uit onze omgeving dus op herinneringen en waarnemingen, welke weer stoelen op onze relaties met onze omgeving.

   Schematisch in de tijd:

     - onze relaties met leefomgevingen                         ->
     - herinneringen en waarnemingen        (verleden en heden) ->
     - moralen en inzichten/waarheden                           ->
     - richtlijnen, visies en verwachtingen (toekomst)

   Onze aandacht en gevoel wordt (on)prettig geprikkeld/gestimuleerd, wanneer we (on)gunstige mogelijkheden
   opmerken, "kan ik er wel of niet wat mee of moet ik het ontlopen?"

   Voorbeelden van gevoel(sherinneringen) in de vorm van een onprettig gevoel zijn:

   - aan je hart gaan
   - afgrijzen
   - allergisch zijn voor
   - als beton op je maag liggen
   - als een steen op je maag liggen
   - angst
   - argwaan/ongeloof/wantrouwen
   - bij je keel/strot grijpen
   - bijsmaak
   - bitter worden
   - de bibbers krijgen van
   - de keel uithangen
   - de strot uitkomen
   - degouteren/degout/degoutant
   - dwars in je maag liggen
   - een afkeer krijgen
   - een dichte keel krijgen
   - een dichtgeknepen keel krijgen
   - een naar gevoel in je maag krijgen
   - een nare smaak in je mond krijgen
   - een ongemakkelijk gevoel krijgen
   - een zuur gezicht opzetten
   - een zuur gezicht trekken
   - geen hap meer door je keel krijgen
   - geen trek meer hebben in
   - gruwen
   - hard op je maag liggen
   - het apezuur krijgen
   - het huilen van je hart
   - het krimpen van je hart
   - het zuur krijgen
   - iemand niet kunnen horen of zien
   - iemand niet kunnen luchten of zien
   - iemand niet kunnen uitstaan
   - iemand niet kunnen verkroppen
   - iemand niet kunnen zetten
   - in je maag zitten met
   - in je ziel snijden
   - je buik vol hebben van
   - je hart (af)sluiten voor
   - je hart aftrekken van
   - je hart breken/doorscheuren/doorsnijden/doorvlijmen/doorwonden
   - je hart op slot draaien voor
   - je hart opvreten
   - je hart vasthouden voor
   - je leven zuur maken
   - je neus ophalen voor
   - je neus uitkomen
   - je niet op je gemak voelen
   - je ongemakkelijk voelen bij
   - je strot vol hebben van
   - je ziel aftrekken van
   - je ziel doorscheuren/doorsnijden/doorvlijmen/doorwonden
   - kijken met een zuur gezicht
   - kokhalzen/kokken/kotsen van
   - littekens op je ziel krijgen
   - maagzuur
   - misselijk
   - je naar de keel vliegen
   - niet door je keel/strot kunnen krijgen
   - niet kunnen velen
   - niet over je hart kunnen krijgen
   - niets voelen voor
   - om het hart slaan
   - omdraaien van je maag
   - onaangenaam
   - onaantrekkelijk
   - onbegeerlijk
   - onbehaaglijk
   - onderbuikgevoelens
   - onlust/onlustgevoelens
   - onrust in je hart voelen
   - onsmakelijk
   - onverteerbaar
   - op je hart/ziel trappen
   - op je maag liggen
   - over je nek gaan van
   - overgeven van
   - overlopen van de gal
   - pijn in je buik/hart/ziel krijgen van
   - rillen van/rillingen krijgen van
   - slechte smaak
   - smakeloos
   - tegenstaan
   - vies zijn van
   - walgen van
   - wansmaak
   - weerzin
   - wrang
   - ziek zijn van
   - zuur kijken
   - zuur opbreken
   - zuur worden
   - zwaar op je maag liggen

   Voorbeelden van gevoel(sherinneringen) in de vorm van een prettig gevoel zijn:

   - aangenaam
   - behaaglijk
   - de smaak te pakken krijgen
   - een lust voor de huid zijn/huidstrelend
   - een lust voor de mond zijn/mondstrelend
   - een lust voor de neus zijn/neusstrelend
   - een lust voor de tong zijn/tongstrelend
   - een lust voor het oog zijn/oogstrelend
   - een lust voor het oor zijn/oorstrelend
   - fiducie/geloof/vertrouwen
   - geil
   - genieten/genot
   - graagte
   - hartversterking
   - in de smaak vallen
   - je belangen behartigen
   - je hart en ziel leggen in
   - je hart geven aan
   - je hart goed doen
   - je hart in vuur en vlam zetten
   - je hart laten lachen
   - je hart openen voor
   - je hart openzeten voor
   - je hart schenken aan
   - je hart toevertrouwen aan
   - je hart verliezen aan
   - je hart verpanden aan
   - je hart verwarmen
   - je op je gemak voelen
   - kriebels in je buik krijgen
   - lekkerbekken
   - liefde in je hart voelen voor
   - lust/lustgevoelens/lustgevend
   - moed
   - nauw aan je hart liggen
   - schoon
   - smaken/smaak/smakelijk
   - smullen van/smulpapen
   - trek krijgen
   - verliefd
   - verrukken/verrukking
   - vervoeren/vervoering
   - verwarmen/verwarming
   - voldaan
   - warmte in je hart voelen voor
   - zin krijgen in

____________________

END   wat vinden we?
____________________

__________________

BEGIN wat doen we?
__________________

- Menselijke interacties, bijvoorbeeld op het gebied van
  - godsdienst/religie/mystiek en spel
  - moraal en recht
  - zorg, onderwijs en economie
  bestaan voor een belangrijk deel uit (communicatie over) het zoeken_naar/jagen_op
          comfort/gemak van informatie, goederen en diensten door
          nemen/pakken/plunderen, geven/steunen/helpen en (in/uit/ver)ruilen/(in/uit/ver)wisselen
          van globaal gelijkwaardige, maar (zeer) verschillende
          directe of indirecte/beloofde/latere/verwachte/uitgestelde
          wel - of niet veilig/zeker gestelde (ruil)middelen.

__________________

END   wat doen we?
__________________

________________________________________________

BEGIN welke reacties mogen/kunnen we verwachten?
________________________________________________

   De reacties die we mogen/kunnen verwachten van onze omgeving verlopen via dezelfde
      tijd-stappen/stadia/fasen als hierboven beschreven, maar dan vanuit het oogpunt/standpunt van
      onze omgeving, een soort boomerang/spiegelbeeld.

   Een schematische situatieschets/situatiebeschrijving van een systeem binnen een systeemomgeving,
       in de vorm van tijdstappen/stadia/fasen, bijvoorbeeld een persoon/groep binnen een leefomgeving,
       tref je in "oneindig" veel vormen aan analoog aan de T-indeling van het MRTE-indelingsmodel:

       1.  input in de vorm van waarnemingen via onze zintuigen en geheugen/herinneringen
       2a. modelvorming van de waargenomen werkelijkheid:
                        moralen/waarden/normen en "inzichten en waarheden"
       2b. modelvorming van onze (on)mogelijkheden voor actie:
                        richtlijnen, visies en verwachtingen
       3. output in de vorm van wat we doen
       4. = 1-3 spiegelbeeld =        1-3 van de  systeemomgeving, veelal in de vorm van een evaluatie
                             = nieuwe 1-3 van het systeem, omdat we de werkelijkheid alleen kunnen ervaren
                               en raken via feedback/terugkoppeling, via onze geest en lichaam.

________________________________________________

END   welke reacties mogen/kunnen we verwachten?
________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________

BEGIN Aspecten aan de mechanismen waarmee we motiveren, (be)oordelen, beslissen en acteren/doen.
_______________________________________________________________________________________________

     a. Aspecten.

        Alle aspecten van het MRTE-indelingsmodel zijn van toepassing, zoals bijvoorbeeld:
           - intensiteit/grootte (kwantiteit en kwaliteit)
           - betrouwbaarheid/borging/consistentie_in_de_tijd/duurzaamheid/veiligheid/volharding/zekerheid
           - gerichtheid/doel/kanalisering

        Je_doodstaren_op/blinde_vlekken_hebben_voor/
           blikvernauwing/kokerblik/kokervisie/tunnelblik/tunneleffect/tunnelvisie
           beperken en/of vervormen ons beeld van - en inzicht in de werkelijkheid: permanent, tijdelijk,
           menselijk, dierlijk, persoonsgebonden, natuurlijk, cultureel, zintuiglijk, lichamelijk,
           geestelijk en technisch.

     b. Doelen en middelen.

        - Uit overlevingsdoeleinden zijn we als wezens veelal in hoge mate op onszelf
              gericht/gefocust/geprogrammeerd.
              Omgekeerd geldt die focus op het zelf uiteraard ook voor onze leefomgeving en zullen we onze
              begeerten, behoeften, ontberingen, belangen, idealen, moraal, overtuigingskracht, streven en
              acties af moeten stemmen op onze leefomgeving teneinde de aandacht van - en communicatie met
              onze leefomgeving te verwerven en/of te behouden.

        - Er is een interactie tussen verschillende behoeftensoorten:

             - mbt zelf (inwendige dwang/nood/prikkels/sturing):
                   - een gezonde geest en een gezond lichaam
                   - eten/drinken, ontlasting, slaap, kleding, huisvesting/onderdak, seks, zorg, verpleging
                   - eigenwaarde/macht/prestatie/succes
                   - gevoelens van billijkheid/eerlijkheid/gelijkheid/rechtvaardigheid
                   - groei, zelfontplooiing, zelfactualisatie en ontspanning in bijvoorbeeld nieuw(e):
                            - amusement
                            - avontuur
                            - club/vereniging
                            - cultuur
                            - ervaringen
                            - hobby
                            - informatie
                            - leren
                            - nieuws
                            - onderwijs
                            - recreatie
                            - reizen
                            - spanning
                            - spel
                            - sport
                            - vermaak

             - mbt anderen/relaties/sociaal_contact/sociaal_netwerk/verwanten (uitwendige dwang/nood/prikkels/sturing),
                   feedback geven en - krijgen binnen buurt/gezin/familie/buurt/stad/land/school/bedrijf/werk:
                              -                         achting <-> verachting
                              -                       afremming <-> aansporing/stimulans
                              -                        beloning <-> straf
                              - bijdragen/steun/verpleging/zorg <-> intrekking/onthouding
                              -            erkenning/waardering <-> kritiek
                              -        gezelligheid/thuisgevoel <-> ongezelligheid/eenzaamheid/verlatenheid
                              -                     goedkeuring <-> afkeuring
                              -                         respect <-> disrespect
                              -                  sociale_status <-> asociale_status
                              -              vriendschap/liefde <-> vijandschap

        - Er is een interactie met de aan- of afwezigheid van hulpmiddelen, bijvoorbeeld:
             - autonomie/beslisruimte
             - gebruiksmiddelen
             - informatie/kennis
             - leermogelijkheden

     c. Werkelijkheid en informatie.

        - Door wederzijdse versterking/afzwakking tussen werkelijkheid en informatie, soms onder invloed van
               zelfvervullende voorspelling/verwachting (selffulfilling prophecy), ontstaan
               gevoelens/verwachtingen van:
                 - (on)betrouwbaarheid
                 - (on)duidelijkheid
                 - (on)duurzaamheid
                 - (on)veiligheid
                 - (on)zekerheid
                 - wel/geen borging/consistentie in de tijd
               en daarmee betreden we wel/geen uitgesleten vertrouwde paden
               en worden zo           wel/geen gewoontedieren
               en                     wel/niet verslaafd aan gewoonten,
               soms nuttig/gezond, soms schadelijk/ongezond.

        - Verwachtingen kunnen gebaseerd zijn op waarheden/feitelijkheden en/of onwaarheden/onfeitelijkheden.
            Opzettelijk aangebrachte/bedoelde onwaarheden/onfeitelijkheden vind je bijvoorbeeld terug in:
            experimenten, oefeningen, spel en amusement/vermaak.
            We ondervinden informatievervalsing, mede onder invloed van (on)opzettelijk bedrog, interne en/of
            extern, tijdsbegrenzingen, onvolledige informatie, te sterke gerichtheid op wat we willen
            vermijden of aantrekken.

        - Signalen in opeenvolgende stadia dienen voldoende krachtig te zijn om in vertaalde vorm te worden
                   doorgetransporteerd naar een volgend stadium.

        - Signalen kunnen worden gefilterd/gericht/gefocust op bijvoorbeeld:
          - positieve/optimistische  aandacht:  wel hebben/mogen/kunnen, gericht op het heden:   nu genieten
          - negatieve/pessimistische aandacht: niet hebben/mogen/kunnen, gericht op de toekomst: nu zorgen

_______________________________________________________________________________________________

END   Aspecten aan de mechanismen waarmee we motiveren, (be)oordelen, beslissen en acteren/doen.
_______________________________________________________________________________________________

Indien we onszelf, onze leefomgeving en de "God" en de "Duivel" in onszelf en in de anderen beter willen leren
       kennen, dan zouden we eerst op zoek kunnen gaan naar de basale/elementaire/fundamentele begrippen die
       voor mens en dier vanzelfsprekend lijken om te kunnen waarnemen, denken en bewegen in onze leefwerelden.
       Het lijkt aannemelijk dat we als levende wezens, net als andere dieren, de wereld deels op eenzelfde
       manier ervaren en dat er wellicht een aantal basisbegrippen zijn die we met andere levende wezens delen
       en die basisbegrippen zouden misschien ook op een bepaalde manier met elkaar in verband kunnen staan.

       Een voorbeeld van een ordening van basisbegrippen is het MRTE-indelingsmodel, welk model
       staat voor 4 typen indelingen waarvan de namen zijn: "materie" "ruimte" "tijd" en "energie",
       welke je kunt laten corresponderen met de vragen: "wat/wie" "waar" "wanneer" en "waarom/hoe".
       Het MRTE-indelingsmodel is slechts een amateuristisch experimenteel voorbeeld, je zou veel
       andere voorbeelden van basale begripsindelingen kunnen bedenken.
       Het MRTE-indelingsmodel gaat uit van het basisbegrip "plaats" en daarvan afgeleid de
       begrippen "wel/geen verplaatsing" en "wel/niet binnen een plaats".

       BEGIN voorbeeld gebruik van de website

       De websites waarop het amateuristische model nader staat uitgewerkt met 135.000 unieke woorden
       en 45.000 uitdrukkingen en korte zinnen zijn: https://www.mrte.net
                                                     https://www.wawawawa.net
       Afgeleide websites zijn:                      https://www.zoektermen.info
                                                     https://www.seesite.nl
                                                     https://www.wawawawa.nl

       De verschillende websitenamen voor (deels) dezelfde website-inhoud is ingegeven door het zoeken naar
          de best passende/bruikbare websitenaam en website-inhoud, maar wellicht niet echt handig en
          contraproductief.

       Het indelingsmodel op de website bestaat uit 2 min of meer gangbare indelingsprincipes van
           4 basiskenmerken x 4 basisgrootten
           en daarvan afgeleid per basiskenmerk nog eens 4 min of meer gangbare indelingsprincipes,
           bestaande uit      4 basisgrootten.

           Je zou daarnaast en eventueel tussen deze 6 min of meer gangbare indelingsprincipes een
              verwevenheid kunnen "bespeuren/zien" op basis van het begrip "plaats" en de daarvan
              af te leiden begrippen:
                  - "binnen/inwendig" en "buiten/uitwendig"
                  - "beweeglijk/los/veranderlijk" en "onbeweeglijk/vast/onveranderlijk"

       _________________________________________________________________

       Website-extensie    kernlijsten
       _________________________________________________________________

          .biz of .work    lijst_E_{economie}
                   .org    lijst_E_{m}{hulp}{typen}
                   .net    lijst_R_{D}{typen}{infrastructuur}{grootschalig}
       _________________________________________________________________

       Doordat veel woorden met een gemeenschappelijke betekenis bij elkaar staan in lijsten, kun
       je doelmatig en snel zoeken, bijvoorbeeld met Google (websites, afbeeldingen, video's,
       nieuws, kaarten, boeken) of in het Algemeen Nederlands Woordenboek (ANW).
       Bij het zoeken met Google kun je eventueel extra zoektermen toevoegen aan het zoekscherm.
       De website oogt wellicht krakkemikkig en de inhoud is verre van foutloos, maar de website
       gaat vooral om een idee hoe je "een indelingsmodel voor begrippen" vorm zou kunnen geven en
       bruikbaar kunt laten zijn.

       In https://www.mrte.info kom je met Knop 5 of Knop 6 op webpagina's waarmee je simpel kunt
       googelen, omdat je een zoekterm slechts hoeft aan te klikken en omdat bijeenhorende
       zoektermen bij elkaar in 1 lijst staan.

       Voorbeeld stappen 1

        1. toets in het google-venster de zoekterm indelingsmodel
        2. klik op MRTE-indelingsmodel 25-sep-2015 of op
           https://www.wawawawa.net
        3. klik op Knop 5.
        4. klik op F3
        5. schrijf in het zoekvenster: zeepaardje
        6. druk op Next
        7. sluit het zoekvenster
        8. vanuit de lijst waarin zeepaardje staat, kun je nu alle zoektermen aanklikken om te
           googelen

       Voorbeeld stappen 2

        1. toets in het google-venster de zoekterm indelingsmodel
        2. klik op MRTE-indelingsmodel 25-sep-2015 of op
           https://www.wawawawa.net
        3. klik op Knop 5.
        4. klik op F3
        5. schrijf in het zoekvenster: levensvragen
        6. druk op Next
        7. dan kom je op de titel: lijst_T_{2}{info}{geloven}{typen}{mystiek}{levensvragen}{tw}
        8. sluit het zoekvenster
        9. klik op de titel
       10. vanuit de lijst met levensvragen kun je elke levensvraag aanklikken om te googelen

       Sommige stappen verlopen (nog) betrekkelijk traag, de website betreft een eerste
               amateuristische experimentele verkenning van de (on)mogelijkheden voor een
               doelmatige manier van zoeken op het web.

       END   voorbeeld gebruik van de website

Om als organisme te kunnen blijven (over)leven zijn we behept (uitgerust/toegerust) met
onderscheidingsvermogens waarop onze actievermogens wel of niet kunnen reageren.

Bij het maken van onderscheid maken we gebruik van ons eigen "model van de werkelijkheid", waaraan
we bijvoorbeeld toetsen of iets wel of niet bij ons hoort en of iets wel of niet verandert.

Vandaar wellicht onze sterke menselijke behoefte aan ons eigen "model van de werkelijkheid", die we
als mens ontlenen aan wetenschappelijke -, religieuze -, levensbeschouwelijke -, ondervindelijke -
en andersoortige leerstelsels en waarmee we onze inwendige - en uitwendige wereld kunnen hanteren.
Het concept wie jezelf bent, is voor iedereen verschillend, Jan denkt: "ik ben Jan." en Marie denkt:
"ik ben Marie."

Modellen van de werkelijkheid zijn onder meer de modellen in onze hersenen van beeld, geluid, reuk,
smaak en gevoel.
Voor een belangrijk deel beschouwen we de werkelijkheid als samenhangende objecten met inwendige- en
uitwendige relaties/verwevenheden.
Een kenmerk is een enkelvoudige - of meervoudige -, simpele - of complexe -, heldere - of diffusie
    relatie.

Een voor de hand liggende vraag is of we als levende organismen wellicht overeenkomstige
basisbegrippen hanteren, uiteraard vaak niet bewust, en hoe we in aanleg en van nature een
voorstelling hebben van de basiskenmerken materie, ruimte, tijd en energie op basis van
basisbegrippen, zonder kennis en gebruik van leerstelsels. Hoe denken we?

De insteek van een zoektocht naar een algemeen logisch symmetrisch indelingsmodel voor begrippen is
ingegeven door de vraag hoe wij als dierlijke wezens, net als andere dieren, onszelf op overeenkomstige
wijze een model zouden kunnen vormen van de werkelijkheid, we kunnen daarbij onze dierlijke afkomst
niet loochenen en op zoek moeten gaan naar zowel ons beschaafde - als onbeschaafde zelf en onszelf
vragen stellen in de trant van:
- hoe begrijpen we en hoe onderscheiden we basale kenmerken en basale kenmerkwaarden?
- hoe denken dieren?
- hoe denken mensen?
- hoe denken we?
- hoe vertalen we (on)bewuste basale verschijnselen naar basale begrippen?
- hoe zou ons denken biologisch/natuurlijk gevormd kunnen zijn?
- hoe zouden we als mens en dier "geprogrammeerd" kunnen zijn?
- volgens welke stramienen laat de natuur het leven waarnemen, denken en doen?
- wat zijn de gangbare denkpatronen en hoe zouden die onderling verweven kunnen zijn?
- wat zijn de meest elementaire basisbegrippen en hoe verhouden deze begrippen zich tot elkaar?
- wat zou de technische - of wetenschappelijke benadering kunnen zijn van onze (on)beschaafdheid?
- wat zouden de overeenkomstige basale denkmodellen/denkpatronen kunnen zijn van mens en dier?

Mensen en dieren denken, spelen, oefenen, proberen, testen en leren deels:
       - instinctief
       - aangeleerd
       - "spontaan", experimenteel
       Onze leefomgevingen wisselen voortdurend en wij en andere diersoorten blijven bijleren t.a.v.
            bijvoorbeeld:
            - groepsgedrag
                - onderhandelen ruilen ; lonken, je - of iets aantrekkelijk/begeerlijk maken
                - leidinggevend/sturend          of gehoorzaam/ondergaand
                - afwerend/vijandig/asociaal/ruw of verzorgend/sociaal/beleefd
            - eten (en drugs)
                - wat wel en niet
                - vindplaatsen
                - bewaarplaatsen
                - natuurbehoud, gewascultuur
            - jagen, ontsnappen, gevaar vermijden
            - verblijfplaatsen schuilplaatsen

In het MRTE-indelingsmodel wordt een amateuristisch experimenteel indelingsmodel uitgewerkt uitgaande
van het basisbegrip "plaats", waarbij alle begrippen een plaats krijgen in een van het model afgeleid
begrippenstelsel.

Een algemeen geldend indelingsmodel voor begrippen kan bijvoorbeeld toegepast worden als:

- Geheugensteun (mnemotechnische steun) bij het onderzoeken -, nadenken over - en/of uitschrijven van
                een te beschouwen onderwerp.
                De kenmerkenwaarden van een onderwerp zouden aan de hand van de (afgeleide)
                relaties/kenmerken van het indelingsmodel kunnen worden beschreven, als tekst of in
                tabelvorm.
- Indeling van hoofdstukken en/of paragrafen.
- (Model voor een) (online) dynamisch systematisch woordenboek, waarbij je tevens elk woord,
         uitdrukking of korte zin kunt googlen door aanklikken.
         De rubrieken in een systematisch woordenboek bevatten over het algemeen veel meer woorden dan
         enkel synoniemen. Je kunt rondom een gekozen woord dus veel trefwoorden vinden en googlen.
         Je zou het zoeken naar afbeeldingen kunnen gebruiken om de Nederlandse taal beter te leren
         en/of de aangeklikte zoekterm beter te begrijpen.
- Menu/toegangspoort naar websites en webapplicaties: een ontsluitingssyteem voor informatie.
- Hulp bij studie, leren en begrijpen van allerlei talen, zoals spreek-, schrijf- of gebarentalen,
       dierentalen, alsook nieuw te ontdekken talen.
- Communicatiemodel voor verschillende communicatievormen, bijvoorbeeld ook bruikbaar bij het
                    programmeren van robots, het samenstellen van bevragingsonderzoeken en
                    vragenlijsten, communicatie tussen - en met instellingen, bedrijven, burgers.
- Hulpmiddel bij het doelmatig afwegen, plannen en afstemmen van behoeften en wensen op activiteiten,
             diensten en producten.
- Indelingsmodel waar consensus over is en niet eerst over hoeft te worden gesteggeld,
                 gemeenschappelijke denkbeelden aangaande het maken van indelingen, kunnen de
                 communicatie met elkaar vereenvoudigen.

  Mogelijke uitbreiding van de toepassingen:
  - Je zou het woorden-bestand wellicht deels ook kunnen koppelen aan ruimtelijke gegevens.
  - Je zou per woord de betekenis kunnen vermelden op een gestandaardiseerde wijze,
           bijvoorbeeld conform het MRTE-indelingsmodel, zodat computerprogramma's de relaties
           tussen de begrippen op verschillende manieren kunnen tonen, bijvoorbeeld als:
           - (reeksen van) omvatting en onderdeel
           - (reeksen van) afkomst en bereik
           - (reeksen van) oorzaak en gevolg
  - Je zou aan de hand van woordtellingen het aantal bijbehorende rubrieken kunnen tellen van een tekst.

  Binnen het MRTE-indelingsmodel kun je vanuit de geordende lijsten van bijeenpassende woorden, snel en
         doelgericht:
         - communiceren met jezelf  door: bedenken, nadenken, brainstormen.
         - communiceren met anderen door:
             - (onder)zoeken door googelen/googlen via aanklikbare woorden.
             - schrijven met gebruikmaking van  de meest geschikte woorden.

  De rubrieken en woordenlijsten zijn uiteraard ook bruikbaar zonder de aanname van de samenhang tussen
     de verschillende indelingsprincipes.

WAARSCHUWING: het MRTE-indelingsmodel betreft een momentopname van persoonlijke experimentele
              amateuristische ruwe schetsen voor indicatieve denkrichtingen met betrekking tot het
              maken van begripsindelingen in een poging te komen tot logische verbanden en betreft
              zeker geen vaststaande gedachten en betreft zeker geen poging tot het maken van
              fysische indelingen.
              Het MRTE-indelingsmodel met woordenlijsten is een model in blijvende ontwikkeling.

Het MRTE-indelingsmodel betreft een persoonlijke amateuristische verkenning van begripsindelingen
    op basis van het basisbegrip "plaats".

Het MRTE-indelingsmodel is slechts bedoeld als een voorbeeld van een bescheiden amateuristische en
    basale poging tot begripsindeling, bedoeld als bespreekbare indicatieve denkrichtingen, welke
    denkrichtingen vanzelfsprekend dus geenszins vast liggen, een probeersel dus.

Het MRTE-indelingsmodel raakt aan het idee van de mogelijkheid dat wij als dierlijke wezens op een
    overeenkomstige wijze denken, als elk ander dier, de mogelijk daarbij horende juiste
    begrippen-indeling, wat die begrippen-indeling ook mag zijn, zou weleens gebaseerd kunnen zijn
    op meest eenvoudig en meest basaal te onderscheiden begrippen.

Het MRTE-indelingsmodel is een conceptueel model van de werkelijkheid zoals we die als
    (dierlijke) wezens in zijn algemeenheid (on)bewust universeel zouden kunnen bezigen,
    het MRTE-indelingsmodel is gebaseerd op gangbare analyse-concepten, zoals: de boomstructuur,
    de empirische cyclus, werkmodellen, stappenplannen, kwaliteitscirkels, stroomschema's en
    communicatiemodellen.

Het MRTE-indelingsmodel kan ook gezien worden als een communicatiemodel dat 4 basiskenmerken met
    hun 4 basisgrootten, voorstellende de 16 meest basale aspecten van communicatie, poogt samen
    te brengen in een simpel, logisch en symmetrisch samenhangend denkkader/denkraam/denkmodel.

Het MRTE-indelingsmodel is een amateuristisch prototype voor doelmatig en snel digitaal zoeken.

Het MRTE-indelingsmodel betreft sterk schematische indelingen, de werkelijkheid is natuurlijk
    oneinding veel complexer, de werkelijkheid kan ook eenvoudig voorstelbaar worden
    geschematiseerd als oneindig veel indelingen in (on)gelijktijdige samenhang met elkaar.

Het MRTE-indelingsmodel zou een voorbeeld kunnen zijn van een biologisch indelingsmodel =
    natuurlijk indelingsmodel = indelingsmodel volgens gangbare indelingsbeginselen, zoals mens en
    dier de wereld met overeenkomstige begrippen of basiskenmerken zouden kunnen "begrijpen".

Het MRTE-indelingsmodel bestaat uit 4x4 gangbare indelingsprincipes conform:
    - 4 basiskenmerken: materie (wat/wie), ruimte (waar), tijd (wanneer) en energie (waarom/hoe).
    - 4 basisgrootten:  gelijk, ongelijk, groot/groter, klein/kleiner

    Voor (het gebruik van) het MRTE-indelingsmodel is onderstaande hypothese geen voorwaarde:
         - De 4 basiskenmerken kunnen worden gedacht als overeenkomend met de 4 configuraties van
              de begrippen: "los/beweeglijk/veranderlijk" en "vast/onbeweeglijk/onveranderlijk"
         - De 4 basisgrootten  kunnen worden gedacht als overeenkomend met de 4 configuraties van
              de begrippen - "binnen/inwending"            en "buiten/uitwendig"

Het MRTE-indelingsmodel is gebaseerd op het begrip "plaats", waarbij het begrip "plaats" is
    uitgewerkt tot de begrippen:
    - wel of niet plaatsverandering van een object (veranderlijk of onveranderlijk)
    - wel of niet binnen een object                      (binnen of buiten)

Het MRTE-indelingsmodel bestaat uit een 4-tal gangbare indelingsprincipes, elk bestaande
    uit 4 componenten, hypothetisch verbonden gedacht door de van het begrip "plaats" afgeleide
        begrippen:
        - "los" en "vast" ~ "beweeglijk" en "onbeweeglijk" ~ "veranderlijk" en "onveranderlijk"
        - "inwendig" en "uitwendig" ~ "binnen" en "buiten"

Het MRTE-indelingsmodel beoogt een experimenteel integraal/overall indelingsmodel te schetsen van
    gangbare basale indelingsconcepten en gaat uit van het begrip plaats, nader uitgewerkt tot:
    - 4 basiskenmerken (de 4 configuraties van wel - en geen verandering) met de rubrieknamen (vragen):
        - materie (wat/wie)
        - ruimte  (waar)
        - tijd    (wanneer)
        - energie (waarom/hoe)
    - 4 basisgrootten (de 4 configuraties van binnen en buiten)
      -    groot of omvatting
      -   gelijk of gelijkheid
      -   klein  of deel
      - ongelijk of ongelijkheid

Het MRTE-indelingsmodel betreft een poging om samenhang/verwevenheid aan te brengen tussen een
    4-tal veel voorkomende basisindelingen oftewel analyse-concepten oftewel denkpatronen met
    de rubrieknamen materie (M), ruimte (R), tijd (T) en energie (E) tot 1 raamwerk, waarbij de
    verbindende begrippen de 4 configuraties zijn van de begrippen:
                - per kenmerk: niet - of wel verandering, in de vorm van: NN NW WN WW.
                - per grootte: buiten of binnen,          in de vorm van: bubi bibi bibu bubu

Het MTRE-indelingsmodel is een semantische indeling (indeling naar betekenis) volgens het begrip
    "plaats".

    - De kenmerken kunnen worden beschouwd als de 4 configuraties van de begrippen
         - "wel_verandering"  (W)
         - "geen_verandering" (N)

    - De kenmerkgrootten kunnen worden beschouwd als de 4 configuraties van de begrippen
         - "binnen" (bi)
         - "buiten" (bu)

Het MRTE-indelingsmodel is een 4x4 indeling van basisbegrippen op basis van het onderscheid:
    - wel of niet (plaats)verandering van een object
    - wel of niet   binnen                een object (wel of niet (iets) zelf)

    Soms ook te duiden als:
    - wel of niet  ver-ander-ing
    - wel of niet een  ander
    of
    - verandering van plaats
    - verschil    van plaats

    De 4x4 indeling betreft:    4 kenmerken of grootheden met de namen: materie ruimte tijd energie
                              x 4 grootten = 16 (relatieve) kenmerkgrootten.

                             De 4 kenmerken worden ingedeeld volgens de 4 configuraties/relaties van:
                             -    N = niet verandering (plaatsverandering of mutatie)
                             -    W =  wel verandering (plaatsverandering of mutatie)

                             De 4 grootten  worden ingedeeld volgens de 4 configuraties/relaties van:
                             -    bi = binnen
                             -    bu = buiten

De 4 grootheden of kenmerken zijn:
M = materie = gedaante                           = niet-niet verandering = NN
R = ruimte  =   plaats                           = niet-wel  verandering = NW
T = tijd    =   plaatsverandering = verplaatsing =  wel-niet verandering = WN
E = energie = gedaanteverandering = mutatie      =  wel-wel  verandering = WW

Elk grootheid/kenmerk/categorie  M R T E wordt onderverdeeld volgens de grootte-indeling:
-    groot of omvatting    = buiten-binnen (bu-bi) = buiten ten opzichte van binnen
-   gelijk of gelijkheid   = binnen-binnen (bi-bi) = binnen ten opzichte van binnen
-   klein  of deel         = binnen-buiten (bi-bu) = binnen ten opzichte van buiten
- ongelijk of ongelijkheid = buiten-buiten (bu-bu) = buiten ten opzichte van buiten

De indeling naar verschillende objecttypen betreft een specifieke relatie bezien vanuit
   het betreffende object ten opzichte van een ander object (W/N en bi/bu).

   In het geval van bi/bu betreft het andere object: het beschouwde object = het onderwerp-object.
   Bij M betreft het andere object: een N-object.
   Bij R betreft het andere object: een W-object, namelijk een verplaatsing: de pijl in de tekening bij R.
   Bij T betreft het andere object: een N-object, namelijk een object waarbuiten, waarbinnen, waarin en
         waaruit de verplaatsing plaatsvindt: de ovaal in de tekening bij T.
   Bij E betreft het andere object: een W-object, namelijk een object met een oorzaak en gevolg en
         met mee- en tegenwerking: de grote pijl in de tekening bij E.

De indeling is richtinggevend, nooit absoluut, het gaat om het leggen van een nadruk op een bepaald
   aspect van een object, het uitlichten van een kenmerk of relatie, enigszins vergelijkbaar met
   meningen, bij elke mening ligt de nadruk verschillend, maar een nadruk is niet allesbepalend,
   maar slechts indicatief, richtinggevend of sturend.

De 4 basiskenmerken binnen het model zijn: materie, ruimte, tijd en energie.
Materie en ruimte  worden beschouwd als kenmerken die niet een verandering inhouden.
Tijd    en energie worden beschouwd als kenmerken die  wel een verandering inhouden.

De 4 basisgrootten binnen het model zijn: gelijk ongelijk groot/omvattendheid en klein/deel.

MRTE  staat voor de namen van de 4 basisindelingen/basisrubrieken van het MRTE-indelingsmodel,
      welke namen overeenkomen met de namen van de 4 fysische basisgrootheden:
                  materie, ruimte, tijd en energie.

De aanduidingen materie, ruimte, tijd en energie in het MRTE-model hebben betrekking op de
basisindeling van begrippen in het MRTE-model, waarbij de nadruk ligt op de kenmerken:
                materie, ruimte, tijd en energie.

BEGIN verschillende aanvullende opmerkingen

- Verondersteld wordt dat elke verandering, dus ook een mutatie=gedaanteverandering (E-indeling),
  uiteindelijk kan worden herleid naar plaatsveranderingen (T-indeling).
  Omgekeerd geldt dat elke plaatsverandering leidt tot een mutatie.

- De T-indeling met de naam "Tijd" wordt voorgesteld als plaatsverandering, dat kan bijvoorbeeld zijn:
     de ronddraaing van de aarde of een afwisselende periode, bijvoorbeeld:
     dag, "van dag naar nacht", nacht en "van nacht naar dag".
  De T-indeling betreft de cyclische tijd en niet de lineaire tijd.
  Bij de T-indeling, als zijnde de rubriek "tijd", hoort natuurlijk ook de lineaire tijd, want enkel
      de indeling is conform de cyclische tijd.
  Het uitgangspunt van de T-indeling is een systeem (ding, plant, dier, mens) in het nu met een
      systeemomgeving.
  Indien je E betrekt bij T, dan zou je de input kunnen beschouwen als verleden en nu (bijvoorbeeld
      geheugen/herinneringen en waarnemingen), de output als gericht op de deels maakbare toekomst.

- Werk(on)mogelijkheden zoals gaven, gevoelens, kunsten, vaardigheden, gebruiksvoorwerpen, apparaten,
      hulpmiddelen staan deels vermeld binnen:
      - alle lijsten
      - bijzondere lijsten, bijvoorbeeld met de aanduiding: {info} {gebruiksvoorwerpen}

- De aanduiding {K} = {kenmerk} aan het eind van een lijstnaam betreft o.h.a. bijwoorden.

- De M-indeling kan veelal dienen als sub van de R-indeling.
- De R-indeling kan veelal dienen als sub van de T-indeling.
- De T-indeling kan veelal dienen als sub van de E-indeling.

- Teneinde thema's bij elkaar te plaatsen in de woordenlijsten, is soms gekozen om de M-indeling
           (voorlopig) onderdeel te laten zijn van de T-indeling of van de E-indeling, bij:

           lijst_T_{1}{eten_en_drinken}{M}{vvav}
           lijst_T_{1}{eten_en_drinken}{M}{drank}
           lijst_T_{1}{eten_en_drinken}{M}{mengproducten}
           lijst_T_{1}{eten_en_drinken}{M}{groenten,_fruit_en_specerijen}
           lijst_T_{1}{eten_en_drinken}{M}{vlees,_vis}
           lijst_T_{1}{eten_en_drinken}{M}{zetmeelproducten}
           lijst_T_{1}{eten_en_drinken}{M}{zuivel}
           lijst_T_{1}{eten_en_drinken}{M}{snacks}
           lijst_T_{1}{eten_en_drinken}{M}{zoetwaren}
           lijst_T_{1}{omhullen}{huisvesting}{M}
           lijst_T_{1}{omhullen}{huisvesting}{M}{vvav}
           lijst_T_{1}{omhullen}{huisvesting}{M}{dier}
           lijst_T_{1}{omhullen}{huisvesting}{M}{delen}
           lijst_T_{1}{omhullen}{huisvesting}{M}{interieur}
           lijst_T_{1}{omhullen}{kleding}{M}
           lijst_T_{1}{omhullen}{kleding}{M}{vvav}
           lijst_T_{1}{omhullen}{flora_en_fauna}{M}{omhulsel}
           lijst_T_{1}{omhullen}{M}{verpakking_of_opslag}{typen}
           lijst_T_{1}{info}{beeld}{kijkmiddelen}{M}
           lijst_T_{3}{info}{beeld}{schrijven}{schrijfmiddelen}{M}
           lijst_T_{1}{info}{geluid}{hoormiddelen}{M}

           lijst_E_{mt}{gebruiksvoorwerpen}{M}
           lijst_E_{mt}{gebruiksvoorwerpen}{M}{vvav}
           lijst_E_{mt}{gebruiksvoorwerpen}{M}{niets}
           lijst_E_{mt}{gebruiksvoorwerpen}{M}{typen}
           lijst_E_{mt}{gebruiksvoorwerpen}{M}{typen}{vvav}
           lijst_E_{mt}{gebruiksvoorwerpen}{M}{t}
           lijst_E_{mt}{gebruiksvoorwerpen}{M}{schakelaars}
           lijst_E_{t}{verlelijken}{M}{lelijk}
           lijst_E_{m}{vermooien}{M}{mooi}
           lijst_E_{m}{vermooien}{M}{mooi}{vvav}
           lijst_E_{economie}{betaalmiddelen}{M}{typen}
           lijst_E_{economie}{artikelen}{M}{typen}

- Bij verschillende thema's lijkt niet echt sprake van voornamelijk een
      M- R- T- of E-indeling en is (vooralsnog) gekozen voor de E-indeling, omdat de E-indeling de
      M- R- T-indeling omvat.

- Tijd is een hoeveelheid/aantal standaardveranderingen per gebeurtenis/verandering, dus een maat
       voor de hoeveelheid gebeurtenissen/veranderingen.
       Indien letterlijk alles in onze leefwereld sneller of trager zou plaatsvinden, dan zouden we
       dat als dierlijke/menselijke wezens niet merken.
       Veranderingen kun je onderscheiden als:
       - beweging = plaatsverandering
       - mutatie  = gedaanteverandering
       Een mutatie is uiteindelijk een gevolg van plaatsverandering, vandaar de rubrieknaam T (tijd)
           voor verschijnselen die betrekking hebben op tijd en beweging/plaatsverandering.

- De E-indeling lijkt analoog aan het "conditional statement"
                "if then" = "als dan",
                waarbij "als" past bij oorzaak en "dan" past bij gevolg.

- De E-indeling lijkt gerelateerd aan de vragen waarom/hoe, waarbij:
     - "waarom" met name betrekking lijkt te hebben op {og} (oorzaak-gevolg)
     -    "hoe" met name betrekking lijkt te hebben op {mt} (werkwijze)
     Tussen {og} en {mt} geldt een sterke verwevenheid en billijkt daarom om E te relateren aan
            enkel de vraag "waarom" of "hoe".

- Tussen R en E is onderstaande analogie van toepassing, vaak verwoord in de vorm van beeldspraken:

         __________________________________________________________

                   begin | midden                      |       eind
         __________________________________________________________

         R :        bron | verplaatst_deel   route/weg |     bereik
         E : veroorzaken |       meewerken tegenwerken | resulteren
         __________________________________________________________

         Het leven kun je je voorstellen als een (levens)weg, welke je aflegt/overbrugt met weinig -
             of met veel moeite/hindernissen/tegenslagen/tegenwerkingen.

- Analoog aan de 3 typen samenkomen bij T1 en uiteengaan bij T3, zijn
              de 3 typen flexibele banden in de lijst_R_{D}{band}:
                 - koppelen en ontkoppelen, bv. leidsels
                 - ingaan   en uitgaan,     bv. kabels om iets in- of uit te tillen, transportbanden
                 - omhullen en onthullen,   bv. kleefbanden, sierkettingen, voertuigbanden
              Bovenstaande 3 indelingen doen denken aan de grootte-indelingen (grootte-relaties):
                 - := voor koppelen en ontkoppelen
                 - :< voor ingaan   en uitgaan
                 - :> voor omhullen en onthullen

- {D} = plaats van het verplaatste deel {C} (informatie) tijdens de verplaatsing van {A} naar {B},
               bijvoorbeeld:
               - de route.
               - de informatiedrager, met verschillende levensduur, b.v. gesproken woord, document,
                                      hout, steen, metaal, tape, disk.
- {C} = het verplaatste deel.
            Je zou de informatiedrager ook onder {C} kunnen rekenen in plaats van onder {D}, in het
            spraakgebruik wordt de informatiedrager ook vaak als "informatie" aangeduid.

- Binnen R worden ruimtelijk onderscheiden:
         - A (bron)
         - B (bereik)
         - C (het verplaatste deel)
         - D (route)
         De verplaatser ( = transporteur = hetgene dat verplaatst of degene die verplaatst) is geen
            duidelijk onderscheidbare ruimtelijke component, zoals A, B, C of D.
         De verplaatser kan ruimtelijk beschouwd worden als deel van A en/of B en/of C en/of D.
         De verplaatser als functie hoort thuis bij {o} (oorzaak) van de E-indeling.

- Het beschermen/bewaken/borgen/onderhouden/veilig_stellen/verduurzamen, bijvoorbeeld in de vorm van:
     - beheer
     - beheersing
     - beheersingssysteem
     - beheerssysteem
     - informatiebeheer
     - informatiebeheersing
     - informatiebeheersingssysteem
     - informatiebeheerssysteem
     - informatiebeleid
     - informatiecontrole
     - informatiecyclus
     - informatiemanagement
     - informatiemanagementsysteem
     - informatiesysteem
     - kwaliteitsbeheer
     - kwaliteitsbeheersing
     - kwaliteitsbeheersingssysteem
     - kwaliteitsbeleid
     - kwaliteitscontrole
     - kwaliteitscyclus
     - kwaliteitsmanagement
     - kwaliteitsmanagementsysteem
     - kwaliteitssysteem
     - management
     - managementsysteem
  bestaat uit de 4 fasen/stadia van T = rubriek tijd:
       T1.  waarnemen/monitoren/in_de_gaten_houden/in_het_oog_houden/in_het_vizier_houden
       T2a. controleren (t.a.v. T1 = waarnemen)
       T2b. valideren   (t.a.v. T3 = doen/gebruiken)
       T3.  doen/gebruiken w.o. corrigeren/herstellen/repareren
       T4.  evalueren = nieuwe T2 t.a.v. T1-3 (feedback/terugkoppeling) van omgeving

- Op een deel van T is E_in_T van toepassing, d.w.z.:
     - de volgende fase/stadium is het  gevolg van de   vorige fase/stadium
     - de vorige   fase/stadium is  de oorzaak van de volgende fase/stadium

- Waar zou moraal op gebaseerd kunnen zijn?

       We zouden onze moraal en de daaruit afgeleide denkbeelden en regels kunnen verdedigen vanuit
          onze meest wezenlijke behoefte: de wil tot (over)leven, tot bestaan.
          Tegenover de wil tot (over)leven staat de wil om te sterven, het niet (meer) bestaan.

          Afgeleide vormen van "(over)leven" zouden kunnen zijn:
             - een gezonde geest en een gezond lichaam
             - bevrediging van basale behoeften
             - gevoelens van billijkheid/eerlijkheid/gelijkheid/rechtvaardigheid
             - nageslacht en/of (andermans gedachten aan) onze goede daden en nuttige
                          voortbrengselen, waardering, respect, status
             - een gerust geweten
             - troost bij verdriet
             - uitzicht op een goede toekomst, geborgenheid, vriendschap
             - uitdagingen, spanning, ontspanning, vermaak
             - zelfontplooiing
             - bevredigen van nieuwsgierigheid en bevredigen van kennishonger

          Afgeleide vormen van "niet bestaan" zouden kunnen zijn:
             - een niet gezonde geest en/of een niet gezond lichaam
             - geen bevrediging van basale behoeften
             - gevoelens van jaloezie/onbillijkheid/oneerlijkheid/ongelijkheid/onrechtvaardigheid
             - het ontbreken van nageslacht en/of (andermans gedachten aan) onze wandaden en
                   verguisde voortbrengselen, onderwaardering, disrespect
             - een onrustig geweten
             - geen troost bij verdriet
             - geen uitzicht op een goede toekomst, geen geborgenheid, geen vriendschap, eenzaamheid
             - saaiheid, opgaan in de massa, je gedragen als een kuddedier of massamens
             - deprivatie van zelfontplooiing
             - eenzijdige berichtgeving, eenzijdige kennisgeving

          Onze moraal geeft aan wat voor ons belangrijk/fundamenteel is, wat nagestreefd en verdedigd
               zou moeten worden, en lijkt gericht op onze wil tot (over)leven, tot zelfbehoud
               en behoud van onze meest dierbare - en/of verwante mensen en/of dieren en/of planten
               en/of leefomgevingen.

          Hoewel we in beginsel zouden willen streven naar eerlijkheid en rechtvaardigheid voor
                 iedereen, houden we er in de praktijk uit egocentrisme en/of zelfbehoud toch vaak
                 een dubbele moraal op na. Het hemd is nader dan de rok.
                 Vaak stellen we onszelf eerst, dan onze meestverwanten, dan onze minder verwanten.
                 Een nooit eindigend dilemma en afweging bij (willen) samenwerken.

          Onze drang tot zelfbehoud is sterk gerelateerd aan de woorden en woordconstructies:
               - drang_tot_zelfbehoud
               - drang_tot_zelfbescherming
               - drift_tot_zelfbehoud
               - instinct_tot_zelfbehoud
               - levensbehoefte
               - levensdrang
               - levensdrift
               - levensgeest
               - levensgevoel
               - levenskracht
               - levenslust
               - levensmoed
               - levensverlangen
               - levensvuur
               - levenswil
               - overlevingsdrang
               - overlevingsdrift
               - overlevingsinstinct
               - wil_tot_zelfbehoud

          De "God" en de "Duivel" in onszelf zijn aanduidingen voor ons (extreem) sociale - en
             asociale voelen, denken en doen.
             Om  (vermeend) gevaar of onrecht te voorkomen, af te wenden of te bestrijden kunnen we
                 (vermeend) noodzakelijk alle vormen van tegenwerken toepassen.

          We nemen als mens en/of dier, zowel als soort als persoonlijk, (heel) verschillend en
             subjectief waar, daarnaast nemen we meer waar dan waar we ons bewust van zijn,
             daarnaast waakt ons lichaam ook op een niet bewuste manier over onszelf.
             We kunnen ons gevoel en gedrag niet altijd rationeel verklaren.
             Vanwege onze onontkoombare subjectiviteit in waarnemen en geloven, kunnen
                     gemeenschappelijke biologische denkbeelden goed van dienst zijn, ook bij
                     het oplossen van conflicten.

          Dienstbaar bij het oplossen van conflicten zijn bijvoorbeeld onder meer:
                     - vooraf:     gebruik van gemeenschappelijke denkbeelden
                     - tijdens:    diplomatie
                     - ten slotte: het respecteren van besluiten van door ons aangestelde
                                   onafhankelijke rechters, bemiddelaars en leiders.

          Het gegeven dat we als mensen ook kunnen geloven in Goddelijke openbaringen, die mede
              sturend zijn op onze moraal, alsook in leven(s) na de dood, sluit niet uit dat alles
              wat we waarnemen, denken, regelen en doen, en dus ook onze moraal, dienstbaar is aan
              onze wil tot (over)leven.
              Onze wil tot (over)leven is wat we als mens en dier met elkaar gemeen hebben, omtrent
              onze wil tot (over)leven kunnen we fantastische verhalen bedenken en aan elkaar
              doorgeven, maar we kunnen met verhalen niet verkopen dat we als individu of als groep
              meer rechten zouden hebben op (over)leven, die keuze blijft subjectief en in die
              gelijkheid zouden we elkaar kunnen vinden om elkaar een gelijkwaardig(er) deel op
              (over)leven te gunnen.

          Voor een vruchtbare communicatie lijkt het ook zinvol om te blijven zoeken naar
               gemeenschappelijke denkbeelden, denkbeelden waar bijna iedereen het over eens kan
               zijn, algemeen geldende indelingsmodelen zouden daar goed bij kunnen passen.

          NB 1. De tegenstelling "leven" en "dood" berust wellicht op een betekenisontwikkeling
                   vanuit de basisbegrippen:
                          veranderlijk/beweeglijk/los <-> onveranderlijk/onbeweeglijk/vast.
          NB 2. Het woord "religie" is wellicht afgeleid van de begrippen:
                    "her/opnieuw/wederom" en "binden".
          NB 3. Het woord "moraal" lijkt verwant met bijvoorbeeld de begrippen:
                (gedrags)wijze, gebruik, gewoonte, manier, methode, middel, model, modus, motto.

          Je kunt niet stellen dat meer veranderingen zonder meer gelijk staat aan meer
             (kwaliteit van) leven, wel zou je als mens en gemeenschap van mensen en dieren kunnen
             streven naar een optimale keuzevrijheid in waarnemen, denken en doen voor iedereen
             in het nu en in de toekomst, wat impliceert dat we ons op bepaalde "terreinen" en
             "punten" ook moeten zien te beperken om die vrijheid voor onszelf en anderen
             in het nu en in de toekomst veilig te stellen.

- Een belangrijk onderscheid is:

      - kennis              van gedragsregels/moraal
      - het leven/handelen naar gedragsregels/moraal

      Niet iedere diersoort heeft in evengrote mate (bewuste) kennis van moraal, maar een deel van
           de diersoorten lijken daar toch deels naar te kunnen leven, zo kan een moederdier haar
           kroost beschermen en zullen groepsdieren opkomen voor de groep.

      Onze persoonlijke - en groepsbelangen worden door de natuur voor een belangrijk deel op een
           onbewust en autonoom niveau door ons lichaam en onze geest behartigd, dat hebben we gemeen
           met de andere levende organismen (plant en dier).

      Bewuste kennis en inzicht in onze belangen, alsook onze taalvermogens, alsook onze sterke wil
              tot samenwerken, hebben geleid tot meer zichtbare gedragsregels en deze gedragsregels
              vormen onze moraal (waarden en normen) en cultuur.

      De (on)geschreven gedragsregels gebruiken we als moreel kompas, waarmee we onszelf en anderen
         nog beter kunnen toetsen om ons samenleven te bestendigen.
      De (on)geschreven gedragsregels, in wisselwerking met onze gewoonten, gebruiken en riten,
         bieden houvast, in (on)zekere tijden, vooral wanneer we niet goed raad (meer) weten met
         conflicten, teleurstellingen, verlies en rouw.

      Schematisch:

         -  ons vermogen tot relatief scherp nadenken                 (hersenen)
         -  ons vermogen tot spreken                                  (spraak)
         - onze sterke wil tot samenwerken                            (groepsdieren, sociale dieren)

         ->

         - uniforme toegankelijke mondelinge - en schriftelijke talen (communicatie)
         - het vastleggen van (vanzelfsprekende) afspraken            (afspraken)
         - vergevorderde technieken                                   (techniek)
         - verregaande samenwerking tot op wereldniveau               (globalisering)
         - een (voorlopig) ferme voorsprong op andere diersoorten     (verantwoording)

      Onze gedragingen/werkwijzen/doewijzen/methoden/methodieken vormen de brug tussen onze belangen
           en ons "aureool" en "kerfstok", daarvan afhankelijk zijn wie/wat onze gedrag ondergaat,
           mee- of tegenwerkend.

           De belangen die ten grondslag liggen aan het mee-of tegenwerken zijn sterk groepsbepaald.
           Hoewel we in beginsel elkeen gelijk en/of eerlijk zouden willen behandelen, is de
                    (biologisch bepaalde) volgorde van belangrijkheid toch vaak:
                    - eerst zelf
                    - dan onze  meest verwanten
                    - dan onze minder verwanten
                    waarbij ook de dieren deels worden beschouwd als meer - en minder verwanten.

      De toekomst van de mensen zal in toenemende mate bepaald worden door (nieuw) verworven
         technische mogelijkheden en globalisering en de aan- en afwezigheid van:
                    - een willen van
                    - een inzicht in
                    - een streven naar
                    - een leven naar
                    een voor iedereen eerlijke/rechtvaardige en veilige sturing van
                        menselijke/dierlijke behoeften en emoties.

- Waarom zou je willen zoeken naar een algemeen geldend "conceptueel model van de werkelijkheid?

         Van de werkelijkheid kun je veel modellen maken, maar waar het gaat om een
             algemeen geldend "conceptueel model van de werkelijkheid", zijn er wellicht geen
             verschillende keuzemogelijkheden.
             De argumenten daarvoor zouden kunnen zijn:

             1. Bron.
                Mens, dier en plant komen uit dezelfde natuur, mens, dier en plant houden zich op
                overeenkomstige biologische wijze staand in de natuur, met behulp van
                DNA-achtige-structuren (DNA, mRNA, tRNA, rRNA, TNA).

             2. Sturing.
                Als levende materie worden we op een vergelijkbare biologische wijze bestuurd, het
                maakt niet uit of we daarbij wel of niet de illusie, het geloof of de overtuiging
                hebben dat we vrij zijn in ons waarnemen, denken en doen, DNA en RNA lijken de
                "software" van ons waarnemen, denken en doen.
                Zouden de DNA-achtige-structuren wellicht ook (in)direct verband kunnen houden met
                onze meest basale acties en/of begrippen?
                Het aardse leven lijkt in veel facetten, zoals overerving, groei, afbraak,
                waarnemen, denken en handelen gebaseerd op - en gereguleerd door
                DNA-achtige-structuren, het aantal basale codes binnen de DNA-achtige-structuren is
                beperkt, wellicht dat (combinaties van) die codes (in)direct gerelateerd kunnen
                worden aan meest basale acties en/of meest basale begrippen.

             3. Uitkomsten.
                De wijze waarop wij begrippen-indelingen en/of definities maken van de ons bekende
                wereld, lijkt misschien teruggevoerd te kunnen worden op een aantal min of meer
                vaste standaard-indelingen/indelingsprincipes, namelijk:
                4 "basisgrootten" van 4 basale kenmerken.
                De basale kenmerken je zou kunnen relateren aan de basale vragen:
                - wat/wie    (materie)
                - waar       (ruimte)
                - wanneer    (tijd)
                - waarom/hoe (energie)

             4. Gebruik en onderzoek.
                Een algemeen geldend "conceptueel model van de werkelijkheid" zou goed van dienst
                kunnen zijn bij onze onderlinge communicatie.
                Een algemeen geldend "conceptueel model van de werkelijkheid" is een "denkmodel",
                een "denkmodel" zoals wij als dierlijke wezens zouden kunnen "denken" en "ervaren"
                in elk (on)denkbare verscheidenheid.
                Geen diersoort en geen individu denkt exact hetzelfde, wel lijkt aannemelijk dat
                we als levende wezen een deels overeenkomstige ervaring hebben waar we materie,
                ruimte, tijd en energie ervaren.
                We zullen als (mens)dier naar alle waarschijnlijkheid slim en doelmatig omgaan
                met de waarnemingen van de ons omringende natuur, inclusief ons lichaam.
                Het lijkt aannemelijk en logisch, maar natuurlijk niet zeker, dat onze
                DNA-achtige-structuren ons op hoofdkenmerken/hoofdlijnen hetzelfde laten
                "waarnemen", "denken", "ervaren" en "handelen", hoe "zien" we bijvoorbeeld materie,
                ruimte, tijd en energie?
                De uitdaging is het zoeken naar - en aannemelijk krijgen van het algemeen geldend
                "conceptueel model van de werkelijkheid", hoe zou dit model eruit kunnen zien en
                hoe zou je dit kunnen onderzoeken?

             Een hulpmiddel bij ons waarnemen, denken, doen en evalueren, zou een
                 "algemeen geldend indelingsmodel van de werkelijkheid" kunnen zijn.
             Een betrekkelijk simpel "algemeen geldend indelingsmodel van de werkelijkheid" zou je
                 kunnen opstellen door na te gaan welke basisbegrippen wij als mens gemeen zouden
                 kunnen hebben met alle andere dieren, teneinde een overlevingsweg te vinden.
             Van mensen en dieren zou je kunnen zeggen dat zij elk op hun soort - en individuele
                 wijze omgaan met de vragen: wat/wie, waar, wanneer en waarom/hoe.
             Deze vier vragen zou je kunnen koppelen aan ons besef van respectievelijk de vier
                  basiskenmerken: materie, ruimte, tijd en energie (MRTE).
             Tevens lijken wij als mens er standaardwijzen op na te houden hoe wij deze vier
                    kenmerken plachten in te delen, dat valt onder meer op te maken uit de
                    indelingsprincipes/indelingsbeginselen waarmee we de wereld proberen te
                    beschrijven in onder meer woord en beeld.
             We lijken elk van de vier basiskenmerken in te delen in vier standaard
                kenmerkgrootten/waarden.
             Hoe zou je een dergelijk algemeen geldend indelingsmodel kunnen onderbouwen?
             Je zou op zoek kunnen gaan naar alle menselijke woorden en begrippen en vervolgens
                kunnen kijken hoe je deze woorden en begrippen binnen het hypothetische
                indelingsmodel wel of niet kunt passen.
             Een "algemeen geldend indelingsmodel van de werkelijkheid" kan helpen om iets meer rust
                 te brengen in onze gedachten, het kan helpen bij de ordening van de dingen die we
                 meemaken.
             Een amateuristisch poging/probeersel om te komen tot een
                 "algemeen geldend indelingsmodel van de werkelijkheid" betreft:
                 https://www.wawawawa.net
             De afkorting "wawawawa" is van: wat, waar, wanneer, waarom.

- De M-indeling: (on)werkelijkheid en (on)waarheid.

     De werkelijkheid wordt slechts ten dele gekend en van een nog kleiner deel zijn we ons bewust.
     Iedere dier(soort) heeft eigen (on)vermogens om waar te nemen, samenhangend met zintuigen en
     uiteenlopende belangen waarop onze aandacht gevestigd is, daarnaast kunnen we niet zeker zijn
     van de juistheid/waarheid van een beeld/idee/interpretatie/perceptie van onze waarnemingen.

     Tegenover de werkelijkheid staat de onwerkelijkheid.
     De onwerkelijkheid is de informatie die een lichaam/object/systeem heeft over de binnen- en
        buitenwereld.

     De informatie kan afkomstig zijn van:
        - weinig tastbare zaken als beeld, geluid, reuk of smaak
        -   meer tastbare zaken

     Informatie:
       - betekent wat
       - "zegt"   wat       over iets
       - verwijst           naar iets
       - is een afspiegeling van iets

     Informatie is: - de onwerkelijkheid uit de M-indeling, alsook
                    - het verplaatste deel C uit de R-indeling

     Informatie is wat binnen een wel/niet levend object/systeem/lichaam komt of is gekomen (C) en
                   waarop het     wel/niet levend object/systeem/lichaam (on)bewust reageert,
                   bijvoorbeeld om te kunnen (blijven) (over)leven, daarbij kan de informatie ook
                   een beeld/idee/interpretatie/perceptie van de werkelijkheid vormen, waarbij de
                   reactie mede een gevolg kan zijn van aanleg, bouw, leren en trainen.

     De onwerkelijkheid is alle (on)gekende informatie die deels waar - en deels onwaar is.
     Waarheid of ware informatie komt overeen met (lijkt exact op) de werkelijkheid.

     De onwerkelijkheid zou het beeld/idee/interpretatie/perceptie kunnen zijn van de binnen- en
        buitenwereld.

     Een (on)bewust beeld/idee/interpretatie/perceptie kun je niet alleen zien als exclusief
         voorbehouden aan (denkende en voelende) wezens, maar kun je, bijvoorbeeld in termen
         als herkenning/identificatie van toepassing denken op elk (on)natuurlijke
         object/systeem/lichaam, waaronder automatiseringssystemen, als zijnde de wijze waarop een
         object/systeem/lichaam intern de binnenkomende/binnengekomen objecten/informatie
         "identificeert", welke "identificatie" afhankelijk is van de gehele situatie, de gehele
         situatie kan per keer fluctueren.

     Een object/systeem/lichaam kan worden bedrogen/gemanipuleerd/gefopt door het betreffende
         object/systeem/lichaam te laten "denken" alsof het beeld/idee/interpretatie/perceptie
         "waar" zou zijn, terwijl dit feitelijk niet het geval is.

     De totale werkelijkheid zullen we nooit kennen, de totale werkelijkheid is oneindig groot en
        is elk moment weer anders, slechts een oneindig klein deel van de totale werkelijkheid
        kunnen we kennen en daarvan zal weer een deel wel - of niet overeenstemmen met de
        werkelijkheid, dus (on)waar zijn.

     Schematisch:
       -                                                                werkelijkheid
       -                                  (on)bewust gekend deel van de werkelijkheid
       -                         (on)waar (on)bewust gekend deel van de werkelijkheid
       - wel/niet invloedhebbend (on)waar (on)bewust gekend deel van de werkelijkheid

     Het zoeken naar waarheden lijkt zinvol, maar het aantal (waar te nemen) fenomenen in de
         werkelijkheid is oneindig groot en daarmee het aantal bijbehorende (on)waarheden van
         de (waar te nemen) fenomenen.

- Het MRTE-indelingsmodel als communicatiemodel.

      De T-indeling betreft de communicatie tussen subject S en omgeving O in 4 fasen/stadia:

         - {1}      input van O -> S
         - {2} verplaatsing binnen S
         - {3}     output van S -> O
         - {4} verplaatsing buiten S

      Elke fase van de T-indeling bestaat uit de R-indeling:
           - A bron
           - B bereik
           - C verplaatst deel, tevens informatie
           - D route

      Binnen elke fase speelt E een rol, de verplaating heeft een oorzaak en een gevolg en
          wordt ondersteund {m} en/of tegengewerkt {t}.

      Op de betrokken objecten binnen het communicatiemodel is de M-indeling van toepassing:
         - (on)werkelijk
         - (on)waar : eerlijk/juist of (on)opzettelijk bedrog

      Informatie {C} kan bv. zijn:
         - beschrijvend, ook als een antwoord/respons/reactie
         - voorschrijvend ~ {voorschrift}
                            zie lijst_R_{C}{info}{media}{opslag}{typen}{werkwijzen} bv.:
                                - beleid
                                - bevel
                                - gebruik
                                - gewoonte
                                - instructie
                                - norm
                                - opdracht
                                - programma
                                - recept
                                - verleiding
                                - verzoek
                                - vraag

      De indelingen van het indelingsmodel kunnen desgewenst en desvermeld ook toegepast
         worden op alle activiteiten "met als doel" de betreffende indeling, b.v.
         alle onderzoeksactiviteiten "met als doel" het waarnemen, horend bij indeling T_{1}.

- Ontsluitingssysteem voor informatie.

     Teneinde lichamelijk en geestelijk gezond te (over)leven en om je doelen te verwerkelijken in het
              leven zijn basaal nodig: kennis en vaardigheden.

              Om kennis en vaardigheden doelmatig te ontsluiten/verwerven kan van nut zijn:
                 - kennis van kennis
                 - kennis van basale vaardigheden

              Wij als mens en dier lijken onze omgeving, alsook de afzonderlijke objecten binnen die
              omgeving, in te delen (classificeren) volgens een aantal min of meer standaard indelingen
              (indelingsprincipes/indelingsbeginselen), welke indelingen we deels ook terugvinden in
              standaard definitiemodellen.

              Met behulp van een "standaard definitiemodel", ook wel te noemen:
                  - algemeen geldend (standaard) definitiemodel
                  - algemeen geldend (standaard) indelingsmodel voor begrippen
                  - algemeen geldend (standaard) model van de werkelijkheid
                  - algemeen geldend (standaard) communicatiemodel
                  kun je:
                  - logisch samenhangende rubrieken van begrippen maken
                  - de woorden binnen een rubriek, conform het "standaard definitiemodel" beschrijven.

     Hoe zou een "doelmatig ontsluitingssysteem voor informatie" eruit kunnen zien?

     Een goed betoog of een goede speech kenmerkt zich onder meer door:
         - Het stellen van goede vragen.
         - Het aangeven van correcte tegenstellingen.
         - Het opsommen van korte logisch samenhangende reeksen van 3-4 beweringen.
         - Het herhalen van eerder genoemde kernbegrippen.

     Bovenstaande kenmerken lijken aan te sluiten bij onze natuurlijke/biologische manier van denken.

     Wat we natuurlijk heel graag zouden willen weten is hoe die natuurlijke/biologische manier van denken
         eruit zou kunnen zien, wat is het model van        onze natuurlijke/biologische manier van denken?
         Hoe zou een "algemeen geldend indelingsmodel voor begrippen" eruit kunnen zien?

         Wat zouden de kernbegrippen kunnen zijn die we als mens en dier hanteren?

         We zouden aan kunnen voelen dat we als mens en dier een goed (zintuiglijk) gevoel hebben voor:
            - de onderlinge inwendige - en uitwendige plaats, alsook voor
            - de verplaatsing van delen/deeltjes,             alsook voor
            - de samenhang van (oneindig kleine onzichtbare) delen en deeltjes
            waardoor we als mens en dier levende - en niet levende objecten kunnen waarnemen/ervaren,
                     alsook de onderlinge context.

            Vanuit het kernbegrip plaats zou je terechtkomen kunnen komen bij de afgeleide begrippen:

                  - verandering van plaats
                  - verschil    van plaats

                  met als nadere indelingen:

                  - verandering van plaats:

                                - wel             of niet ver-ander-ing (van plaats)   oftewel
                                - wel veranderen  of niet veranderen van plaats        oftewel
                                - wel bewegen     of niet bewegen

                  - verschil    van plaats:

                                - wel             of niet een ander (een andere plaats) oftewel
                                - binnen          of buiten                             oftewel
                                - inwendig        of uitwendig

            De begrippen (on)verandelijk en in/uitwendig lijken in de verschillende configuraties tussen
               waargenomen object en afgeleide kenmerken te leiden tot een samenhang van 4 basale kenmerken
               en 4 basale kenmerkwaarden/kenmerkgrootten, overeenkomend met gangbare indelingsmethoden,
               welke je zou kunnen beschouwen als een "algemeen geldend indelingsmodel voor begrippen".

         Vanuit een "algemeen geldend indelingsmodel voor begrippen" binnen een webbestand, kun je
                samenhangende rubrieken maken van bij elkaar horende zoektermen, bijvoorbeeld: woorden,
                uitdrukkingen en korte zinnen.
                Binnen dit webbestand kun je met links betrekkelijk snel zoeken door het aanklikken van de
                zoektermen om daarmee te kijken in verschillende online archieven, bestanden,
                (woorden)boeken, encyclopedieën, beeldbanken.
                Tevens biedt een dergelijk computerbestand met rubrieken veel meer mogelijkheden,
                       bijvoorbeeld voor: onderzoek, leren, communicatie, toepassing van apps.
                We hebben dan een model voor een "doelmatig ontsluitingssysteem voor informatie".

END   verschillende aanvullende opmerkingen

BEGIN subindeling kenmergrootten en kenmerken

      - De kenmerkengrootten kunnen alternatief ook worden beschouwd als:

           -binnen met subindeling:
                           wel grootte verschil (w) (klein)    :<
                          geen grootte verschil (n) (gelijk)   :=
           -buiten met subindeling:
                           wel grootte verschil (w) (groot)    :>
                          geen grootte verschil (n) (ongelijk) :!

      - De kenmerken kunnen alternatief ook worden beschouwd als:

           - geen verandering met subindeling:
                            inwendige    plaats    (BI): M (vorm/structuur/onderlinge_plaatsen)
                           uitwendige    plaats    (BU): R (de plaatsen bij beweging)
           -  wel verandering met subindeling:
                           uitwendige verplaatsing (BU): T                 (beweging)
                            inwendige verplaatsing (BI): E (vormverandering/structuurverandering/mutatie)

           Anders uitgeschreven:

           - materie (wat/wie)      =  inwendige plaats             (structuur/vorm)                    (BI)
           - ruimte  (waar)         = uitwendige plaats             (bron verplaatst_deel route bereik) (BU)
           - tijd    (wanneer)      = uitwendige plaats-verandering (verleden heden toekomst inverse)   (BU)
           - energie (waarom/hoe)   =  inwendige plaats-verandering (mutatie)                           (BI)

END   subindeling kenmergrootten en kenmerken

BEGIN symbolen en afkortingen

Gebruikte symbolen en afkortingen binnen het MRTE-indelingsmodel voor begrippen:

-    N = geen verandering (plaatsverandering of mutatie)
-    W =  wel verandering (plaatsverandering of mutatie)

-   bi = binnen = bijvoorbeeld:  wel zelf
-   bu = buiten = bijvoorbeeld: niet zelf

-    M = gedaante            met als naam (dus niet de fysische grootheid) "materie"
-    R = plaats              met als naam (dus niet de fysische grootheid) "ruimte"
-    T = plaatsverandering   met als naam (dus niet de fysische grootheid) "tijd"
-    E = gedaanteverandering met als naam (dus niet de fysische grootheid) "energie"

-  K kenmerkgrootte indeling (overkoepelend voor M R T E)
  -  {:=} = gelijk
  -  {:!} = ongelijk i.h.b. tegenstelling
  -  {:>} = groot    i.h.b. omvatting
  -  {:<} = klein    i.h.b. deel

-  M materie indeling
  -  {echt}
  -  {info}
  -  {waar}
  -  {onwaar}

-  R ruimte indeling
  -  {A} = bron
  -  {B} = bereik
  -  {C} = verplaatste deel
  -  {D} = route

-  T tijd indeling
  -  {1} = invoer
  -  {2} = interne verplaatsing
  -  {3} = uitvoer
  -  {4} = externe verplaatsing

-  E energie indeling
  -  {o} = oorzaak
  -  {g} = gevolg
  -  {m} = meewerken
  -  {t} = tegenwerken

Overige gebruikte symbolen en/of afkortingen:

  -      {M} = gedaante
  -      {R} = plaats
  -      {T} = plaatsverandering
  -      {E} = gedaanteverandering
  -     {og} = oorzaak gevolg
  -     {mt} = methode, techniek, een combinatie van meewerken en tegenwerken
  -     {tw} = tussenwerpsels en/of korte zinnen
  -   {vvav} = voorvoegsels en/of achtervoegsels

  -       "+" =  wel meewerkend, gunstig, geluk voor onderganer = "ok"
  -       "-" = niet meewerkend, tegenwerkend, ongunstig, ongeluk voor onderganer = "nok"
  -        -> = hieruit volgt
  -         / = overeenkomstig begrip of een variant of een synoniem of "gedeeld door", afhankelijk van context
  - subject S = onderwerp van beschrijving, alle relaties van het MRTE-model staan in relatie tot subject S.

  - i.d.v.v. = in de vorm van
  -   i.h.b. = in het bijzonder
  -   m.a.d. = met als doel

BEGIN verschillende aanduidingen tussen knop 5 en knop 6

------------------------------------------------------------------
     K ->             kenmerk

    := ->              gelijk
    :! ->            ongelijk
    :< ->               klein
    :> ->               groot
------------------------------------------------------------------

------------------------------------------------------------------
     M ->            gedaante

  echt ->                echt
  info ->                info
  waar ->                waar
onwaar ->              onwaar
------------------------------------------------------------------

------------------------------------------------------------------
     R ->              plaats

     A ->                bron
     B ->              bereik
     C ->     verplaatst_deel
     D ->               route
------------------------------------------------------------------

------------------------------------------------------------------
     T ->   plaatsverandering

     1 ->               input
     2 ->  binnenverplaatsing
     3 ->              output
     4 ->  buitenverplaatsing
------------------------------------------------------------------

------------------------------------------------------------------
     E -> gedaanteverandering

     o ->             oorzaak
     g ->              gevolg
     m ->           meewerken
     t ->         tegenwerken
------------------------------------------------------------------

------------------------------------------------------------------
     Overigen

     mt   ->         werkwijze
     og   ->               lot
     tw   ->           uitroep
     vvav ->             affix
------------------------------------------------------------------

END   verschillende aanduidingen tussen knop 5 en knop 6

END   symbolen en afkortingen

_____________________________________________________________________________________________________

Schematische indeling van het MRTE-model: 4 kenmerken x 4 grootten = 16 (relatieve) kenmerkgrootten
_____________________________________________________________________________________________________
wel/niet verschil bi en bu   ->        n           w            w          n
_____________________________________________________________________________________________________
bi/bu-relatie t.o.v. subject S     bu-bu       bu-bi        bi-bu      bi-bi           N/W  bi/bu
_____________________________________________________________________________________________________
-   naam    beschrijving
_____________________________________________________________________________________________________
K   Kenmerk grootte                ongelijk    groot        klein      gelijk
                                   {:!}        {:>}         {:<}       {:=}
_____________________________________________________________________________________________________
M   Materie gedaante               {onwaar}    {info}       {echt}     {waar}          NN   bi-ruimte
_____________________________________________________________________________________________________
R   Ruimte  plaats                 route       bereik       bron       verplaatst_deel
                                   {D}         {B}          {A}        {C}             NW   bu-ruimte
_____________________________________________________________________________________________________
T   Tijd    plaatsverandering      buiten_S    O->S         S->O       binnen_S
            tussen S en Omgeving   {4}         {1}          {3}        {2}             WN   bu-ruimte
_____________________________________________________________________________________________________
E   Energie gebeuren, w.o.         tegenwerken gevolg       oorzaak    meewerken
            gedaanteverandering
                                   {t}         {g}          {o}        {m}             WW   bi-ruimte
_____________________________________________________________________________________________________

           __________________________________________________________________________________

           informatie als deelkenmerken (1 van 4) van de 4 basiskenmerken
           __________________________________________________________________________________

           kenmerk                                   deelkenmerk deelkenmerkcode configuratie
           __________________________________________________________________________________

                 M                               onwerkelijkheid          {info}        bu-bi
                 R                               verplaatst_deel             {C}        bi-bi
                 T  verplaatsing_buiten_het_beschouwde_onderwerp             {4}        bu-bu
                 E                           veroorzaker/oorzaak             {o}        bi-bu
           __________________________________________________________________________________

BEGIN Gebruikte betekenissen

   -      object = verschijnsel = entiteit
                   een object bestaat uit relaties oftewel kenmerken.

   -     kenmerk = een enkelvoudige - of meervoudige -, simpele - of complexe -, heldere - of diffusie
                   relatie.

   - Een kenmerk wordt geacht in beginsel uitgewerkt te kunnen worden tot:
         - een object-interne relatie of
         - een relatie met andere objecten.
         In het MRTE-model wordt in beginsel geen onderscheid gemaakt tussen kenmerk en relatie, elk
            kenmerk (attribute) zou volgens de gedachte van het MRTE-model, in beginsel kunnen worden
            voorgesteld als een relatie binnen een object of met andere objecten.
            Omdat het niet altijd zinvol of eenvoudig is om een kenmerk als een relatie te duiden of
            weer te geven, wordt dikwijls volstaan met het benoemen van het kenmerk in plaats van het
            kenmerk nader uit te werken tot een relatie, zowel binnen het denkkader van het MRTE-model
            als binnen andere denkkaders.
            Je zou een kenmerk soms kunnen zien als een diffuse relatie, omdat het bereik vaak niet
            expliciet duidelijk is en/of betrekking kan hebben op de hele omgeving.

   -     grootte = hoeveelheid = aantal + eenheid (van een kenmerk).

   BEGIN meewerken en tegenwerken

         -   meewerken = vergroten/bevorderen   of tot stand brengen of in stand houden van iemand/iets,
                         betrekking hebbend op wie/wat de actie gericht is en de actie ondergaat.

         - tegenwerken = verkleinen/ondermijnen of       vernietigen of verwaarlozen    van iemand/iets,
                         betrekking hebbend op wie/wat de actie gericht is en de actie ondergaat.

           {m} =   meewerken
           {t} = tegenwerken

           {m}/{t} heeft betrekking op wat/wie de actie ondergaat, al dan niet n.a.v. een wilsvorm, en
                   heeft geen betrekking op een moraal (waarden en normen).

           Strikt genomen betekent de categorie "meewerken":     "gelijk werken", namelijk  wel gelijk aan
                  hetzelfde doel.
           Strikt genomen betekent de categorie "tegenwerken": "ongelijk werken", namelijk niet gelijk aan
                  hetzelfde doel, met als bijzondere vorm: tegengesteld werken.
                  Vergelijk de K-categorie (=grootte-categorie) "ongelijk" met als bijzondere vorm
                            "tegengesteld".

           De betekenis van de termen meewerken en tegenwerken in het MRTE-model draagt niet een
           definitie-gebonden morele betekenis, maar kan uiteraard wel verschillend zijn voor
           verschillende betrokkenen.

           Voorbeelden:
           - tegenwerken  -> "+" of "-" voor doener en "-" voor onderganer.
           - meewerken    -> "+" of "-" voor doener en "+" voor onderganer.

           - misbruiken   -> "+"        voor doener en "-" voor onderganer.
           - samenwerken  -> "+"        voor doener en "+" voor onderganer.

           De indeling {m} {t} kan uiteraard nooit een strikte indeling zijn en is slechts indicatief,
              de feitelijke betekenis kan verschillen per situatie.

           {m}/{t} heeft betrekking op wat/wie de actie ondergaat, waarbij binnen de woordenlijsten, ten
                   behoeve van de eenvoud van de indeling, maar niet op grond van een altijd vanzelfsprekend
                   verband, in een lijst kan worden aangetroffen:
                   - oorzaak
                   - methode/middel, bijvoorbeeld wilsvormen
                   - effect/gevolg/resultaat/uitkomst

           {m}/{t} verschillend kan zijn, {m} of {t}, per situatie en per:
                   -                   object dat de gevolgen ondervindt
                   - subobject van een object dat de gevolgen ondervindt

           BEGIN grootte groot en vergroten

                 - De 4 basiskenmerken worden ingedeeld naar 4 typen grootten, namelijk:
                   {:>} =    groot
                   {:<} =    klein
                   {:=} =   gelijk
                   {:!} = ongelijk

                   Een groot belang is   belangrijk en wordt initieel gelabeld met {:>}
                   Een klein belang is onbelangrijk en wordt initieel gelabeld met {:<}

                 - Vergroten wordt beschouwd als {m} waarbij de vergroting betrekking heeft op het onderwerp
                   dat de vergroting ondergaat.
                   Het vergroten  krijgt dan initieel het label {m}
                   Het verkleinen krijgt dan initieel het label {t}
                   Dit geldt ook voor het vergroten van de wil, bv. i.d.v.v. aanmoedigen.
                   Zie lijst_E_{t}{o}{info}{ontmoedigen} <-> lijst_E_{m}{o}{info}{aanmoedigen}

                   Wanneer echter "vergroten" of "het aanmoedigen" nader wordt aangeduid , dan zal de nadere
                   aanduiding het label bepalen.
                   De aanduiding "angst" geeft aan dat sprake is van het "tegenstaan" van het onderwerp
                   waar de angst op gericht is en daarmee op het tegenwerken van het onderwerp waar de
                   angst op gericht is.
                   Vandaar de labels {t} en {m} in bijvoorbeeld:
                   lijst_E_{t}{o}{info}{ontmoedigen}{angst} <-> lijst_E_{m}{o}{info}{aanmoedigen}{moed}

           END   grootte groot en vergroten

           BEGIN wilsvormen/wilstypen {houden_van} en {tegenstaan}

                 Wilsvormen/wilstypen kunnen in beginsel betrekking hebben op alle begrippen en dus ook op
                    alle woordenlijsten.

                 De termen {houden_van} en {tegenstaan} kunnen worden beschouwd als een basale indeling van
                    wilsvormen, welke een invloed hebben op een actie, deze invloed kan zijn:
                    - meewerken   {m}
                    - tegenwerken {t}

                 Gekozen is om {houden_van} en {tegenstaan} in te delen conform {m} en {t}, hoewel er geen
                      sprake hoeft te zijn van een actie en/of gevolg, niet elke wilsvorm wordt gevolgd door
                      een actie of gevolg, niet elke behoefte, gebrek, nood, wens wordt omgezet in een actie
                      met een gevolg.

                 Al lezende in de woordenlijsten zou de indruk gewekt kunnen worden dat {m} of {t} soms
                     een morele betekenis heeft, maar de echte betekenis is echter:
                         - {m} = voordelig, gezond, stimulerend op het resultaat van de acties.
                         - {t} =   nadelig, schadelijk, remmend op het resultaat van de acties.

                 De wilsvormen zijn alijd {m} of {t} en komen slechts deels overeen met de reguliere {m} - en {t}
                    lijsten, omdat wilsvormen oneindig veel uitgebreider zijn dan de meer expliciete {m} - en {t}
                    lijsten.
                 De wilsvormen staan in alle lijsten en staan deels ook in aparte woordenlijsten met de
                    titelaanduidingen {houden_van} of {tegenstaan}.

                 Het "houden van" impliceert ook een "tegenstaan" m.b.t. het bedreigen van het "houden van".
                 Het "tegenstaan" impliceert ook een "houden van" m.b.t. het tegengaan van het "tegenstaan".
                 Bij bijvoorbeeld een persoonlijke euthanasiewens hoort het tegenstaan van het persoonlijke leven
                     van het moment.

                 Gekozen is om een tekort i.d.v.v. bijvoorbeeld -gebrek -behoefte -honger -nood, in te delen bij
                 {houden_van}, namelijk "houden van" datgene waar een tekort van is.
                 Indien -gebrek de betekenis heeft van dysfunctioneren, wordt -gebrek ingedeeld bij {tegenstaan}.

                 - Bij {t}{tegenstaan} gaat het om een afkeer van alles wat (naar verwachting) fout functioneert.
                 - Bij {t}{houden_van} gaat het om een voorkeur die fout uitpakt voor wie de actie ondergaat.
                 - Bij {m}{houden_van} gaat het om een voorkeur die goed uitpakt voor wie de actie ondergaat.

                 Het is vaak niet altijd goed mogelijk om een wil in te delen bij {m} of {t}, dat hangt vaak
                     samen welke aspecten van de gevolgen worden belicht, zoals bijvoorbeeld bij spel of sport,
                     waar soms, vaak of altijd ook sprake is aan schade aan de omgeving.

                 {t}{tegenstaan} samenstellingen, globaal (dus niet altijd):

                     -afkeer

                     -angst     w.o. laf/schuchter/verlegen
                     -fobie
                     -neurose
                     -schuw
                     -vrees

                     -haat      w.o. afgunst/boos/jaloezie/kwaad/nijd/wrok

                     -gebrek   (als dysfunctioneren/stoornis)
                     -stoornis

                 {t}{houden_van} samenstellingen, globaal (dus niet altijd):

                     -verslaving
                     -ziek

                 {m}{houden_van} samenstellingen, globaal (dus niet altijd):

                     -activist
                     -animal
                     -beest
                     -begeerte
                     -behoefte
                     -bejag
                     -belang
                     -belustheid/-belust
                     -bereidheid/-bereid
                     -besitas
                     -brand
                     -directief
                     -drang
                     -drift
                    
-drive
                     -droom
                     -dwang
                     -eis
                     -fan
                    
-fantasie
                     -filie/-fiel
                     -gading
                     -geaardheid/-geaard
                     -gebrek (als tekort)
                     -geest
                     -geilheid/-geil
                     -gek
                     -genoegen
                     -genot
                     -gerichtheid/-gericht
                     -getrouwheid/-getrouw
                     -gevoel
                     -gezindte
                     -gierig
                     -gloed
                     -graagte/-graag
                     -gril
                     -hart/-hartig
                     -honger
                     -hoop
                     -humeur
                     -ideaal
                     -ijver
                     -impuls
                     -instinct
                     -jeuk
                     -junk
                     -keus
                     -keuze
                     -koorts
                     -kriebel/-kriebels
                     -liefhebber
                     -liefde
                     -lievendheid/-lievend
                     -lust/-lustigheid/-lustig
                     -machine
                     -manie
                     -mens
                     -min
                     -mind
                     -minnaar/-minnares
                     -minnendheid/-minnend
                     -moed/-moedig
                     -monster
                     -motief
                     -natuur
                     -nijd
                     -nood
                     -obsessie
                     -oogmerk
                     -plan
                     -reflex
                     -roeping
                     -seks
                     -sentiment
                     -smaak
                     -stemming
                     -strelendheid/-strelend
                     -tekort
                     -toon
                     -verlangen
                     -verslaving
                     -vriend
                     -vuur
                     -waan
                     -waanzin
                     -wens
                     -wil
                     -woede
                     -ziek
                     -ziel
                     -zin
                     -zinnigheid/-zinnig
                     -zoekend
                     -zoeker
                     -zot
                     -zucht/-zuchtigheid/-zuchtig

           END   wilsvormen/wilstypen {houden_van} en {tegenstaan}

   END   meewerken en tegenwerken

   - M               waar = (mate van) gelijkheid van gedaante            tussen werkelijkheid en informatie.
   - R             deel C = (mate van) gelijkheid van    plaats           tussen A en B. (C komt in A D en B).
   - T binnenverplaatsing = (mate van) gelijkheid van verplaatsen         tussen input en output.
   - E          meewerken = (mate van) gelijkheid van gedaanteverandering tussen oorzaak en gevolg.

     "De mate van" houdt in: "de omvang van" alsook "de soort van", dus "aantal" en "eenheid".

   - Verschijnselen kunnen (on)gelijktijdig worden beschouwd/gedacht/ingebeeld/voorgesteld als:
                    - onveranderlijke verschijnselen
                    -   veranderlijke verschijnselen.

     Bij de indeling materie (M~NN) en  ruimte (R~NW) gelden de betekenissen van de kenmerkende
         woorden als relatief onveranderlijk.
     Bij de indeling    tijd (T~WN) en energie (E~WW) gelden de betekenissen van de kenmerkende
         woorden als relatief   veranderlijk.

     Afhankelijk hoe we naar een ding/gebeurtenis kijken, kan een ding/gebeurtenis voorgesteld
         worden als:
         - een onveranderlijk object -> kenmerken M of R
         - een   veranderlijk object -> kenmerken T of E

     M en R lijken sterk gerelateerd aan ruimte en onveranderlijkheid.
     T en E lijken sterk gerelateerd aan tijd   en   veranderlijkheid.

     De woordenlijsten bestaan uit 3 kolommen:
     - kolom 1: werkwoorden              (ww)
     - kolom 2: zelfstandige naamwoorden (zn)
     - kolom 3: bijvoeglijke naamwoorden (bn)
                bijwoorden               (bw)
                voorzetsels              (vz)
                voegwoorden              (vw)

     De woorden onder M en R die het meest de betekenis van de indeling benaderen, betreffen veelal
        zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden.
     De woorden onder T en E die het meest de betekenis van de indeling benaderen, betreffen veelal
        werkwoorden en bijwoorden.

   - Onderscheid geheel en deel in:
                 verzameling      <-> element
                 kenmerk(naam)    <-> kenmerkgrootte/kenmerkwaarde

   BEGIN informatie

         - Wat we denken te weten over de werkelijkheid betreft altijd informatie.

         - De werkelijkheid is oneindig veel complexer dan de wijze waarop wij de werkelijkheid beschouwen,
              dat geldt uiteraard ook voor de uiterst versimpelde relaties van het MRTE-indelingsmodel.

         - informatie = een model van - of verwijzing naar een ander object.

         - informatie = (in brede/ruime zin) alles met een relatie.
                        Informatie verwijst/refereert/is_een_relatie naar iets anders.

         - informatie = de al dan niet werkende of gewerkte mogelijkheid van een fenomeen/object om
                        iets te kunnen veranderen oftewel invloed of verwevenheid te hebben
                        (een gevolg van verplaatsingen).

         - Schematisch:
           -                           de 'werkelijkheid' bestaat uit 'relaties tussen objecten', w.o. kenmerken.
           -    informatie = model van de 'werkelijkheid'.
           - -> informatie = model van                                'relaties tussen objecten': (on)waar.

         - informatie = (in    beperkte zin) het verplaatste deel C tussen bron/zender A en bereik/onvanger B.
                        Bij verplaatsing van deel C tussen bron/zender A en bereik/onvanger B is sprake van
                            communicatie.
                        Informatie in beperkte zin is dan ook informatie die wordt gebruikt binnen communicatie.
                        Een grotere mate van informatie komt voor binnen de indelingen van E omdat het bij E gaat
                            om zeer complexe samenhangende verplaatsingen, zoals oorzaak, gevolg, werkwijze.
                        Informatie in beperkte zin/betekenis is richtinggevend (C/D) of sturend (m/t).
                        Informatie in beperkte zin/betekenis houdt altijd verandering in.
                        Informatie in beperkte zin/betekenis biedt levende wezens een kijk op de werkelijkheid.

         - Elke fase/stadium uit de T-indeling kun je ook beschouwen als E_in_T:
             1.  m.b.t. verleden:    na-model=input-model (beschrijvend)               ~ informeren als waarnemen
                                                                                               of gestuurd worden
             2a. m.b.t.       nu:                geheugen (opslag)
             2b. m.b.t.       nu:            creativiteit (planmaking)
             3.  m.b.t. toekomst: voor-model=output-model (richting aangevend/sturend) ~ informeren als meedelen
                                                                                                  of (aan)sturen

         - Informatie bestaat uit voor-modellen en/of na-modellen van de statische - en/of dynamische -, al dan
           niet bestaande werkelijkheid en kan als plan/programma worden gebruikt voor het sturen van
           denkbare/maakbare nieuw te vormen werkelijkheden.

         - Informatie kan worden opgeslagen in geheugen, informatie betreft dan: bestemd om te informeren.

         - Informatie in beperkte zin/betekenis is het verplaatste deel C tussen bron/zender A en bereik/onvanger B
                      met een betekenis (oorzaak) en gevolg).
           Informatie in beperkte zin/betekenis houdt daarom altijd verandering(en) in: plaatsverandering en
                      gedaanteverandering.
           Een verplaatst deel veroorzaakt alleen al als gevolg van de verplaatsing een gedaanteverandering,
               daarnaast kan een verplaatst deel in beginsel ook nog andere gedaanteveranderingen teweegbrengen
               als gevolg van vervolgactiviteiten, bijvoorbeeld interpretatie door de ontvanger.

         - Net zoals we vermoeden dat de werkelijkheid bestaat uit objecten en relaties/kenmerken, heeft
                                      informatie ook betrekking op objecten en relaties/kenmerken.

       - Informatie bij mens en dier

         - Het begrip informatie is van toepassing op levende en niet-levende objecten.
           In onderstaande alfabetische lijst geldt de rechterkolom als het informatiebegrip ten opzichte van het
              begrip op dezelfde regel in de linkerkolom, omdat het rechterbegrip veranderlijker is.

                   ______________________________________________________________________

                   relatief onveranderlijk/vast <-> veranderlijk/los
                   ______________________________________________________________________
                                          aards <-> kerkelijk
                                        actueel <-> potentieel
                                       bestaand <-> niet-bestaand
                                       concreet <-> abstract
                                      doewereld <-> denkwereld
                                           echt <-> spel
                   feitelijkheid/feit/feitelijk <-> denkbeeldigheid/denkbeeld/denkbeeldig
                                        fysisch <-> metafysisch
                                       hardware <-> software
                             intuïtie/intuïtief <-> analyse/analytisch
                                     letterlijk <-> figuurlijk/overdrachtelijk
                            lichaam/lichamelijk <-> zintuigen/zintuiglijk
                                       lichamen <-> communicatie/stromen/transporten
                                     natuurlijk <-> bovennatuurlijk
                         niet_verplaatste_delen <-> verplaatste_delen
                                     non-fictie <-> fictie
                                       praktijk <-> theorie
                                     
real_life <-> no_real_life
                       
realiteit/werkelijkheid <-> model/informatie
                                     stoffelijk <-> onstoffelijk
                                     uitvoering <-> oefening
                                vlees/vleselijk <-> geest/geestlijk
                                         voelen <-> denken/ratio/intellect/cognitie
                                      werkelijk <-> onwerkelijk
                   ______________________________________________________________________

       - De informatie vanuit een bron wordt door mens en dier ontvangen via de zintuigen en betreft
         beeld/licht, geluid, reuk, smaak of tast, in de regel blijft het object hetzelfde.
         Onze wereld bestaat voor een groot deel uit beeld en geluid, makkelijk en snel verplaatsbare
         deeltjes (C) die ons informeren zonder dat de zender (A) of vervanger (B) wezenlijk veranderen.

       - Informatie voor mens en dier kan (in)direct een betekenis overdragen en/of aanzetten tot actie.

       - Een bijzondere vorm van informatie of model van de werkelijkheid is een "conceptueel model
         van de werkelijkheid", namelijk een model van de werkelijkheid die gevormd is als gevolg van
         het (vermeende) begrijpen van de werkelijkheid binnen onze hersenen en de communicatie
         daarmee/daarover.
         We zijn als (mens)dieren in staat om conceptuele modellen van de werkelijkheid te vormen in
         onze hersenen, waarover en waarmee we kunnen communiceren met andere (mens)dieren.

       - Elk bestaand iets kan worden beschouwd als werkelijkheid gedurende een bepaalde periode,
         ook informatie, bv. een gedachte, ook al strookt de gedachte niet met de werkelijkheid,
         de gedachte zelf bestaat wel en is daarmee werkelijkheid.
         Echter, informatie (bestaande uit modellen) kan nooit hetzelfde zijn als datgene waar het naar
                 verwijst en informatie is in dat opzicht onwerkelijkheid.

       - Informatie kan wel of niet worden waargenomen.

       - Informatie in de brede zin/betekenis kan wel of niet als informatie bedoeld zijn, alsook wel
         of niet als (verplaatste) informatie gebruikt worden.
         Voor de definitie van informatie maakt het dus niet uit of het informatie-object is
         neergezet/uitgezonden om te informeren of dat het informatie-object wordt gebruikt als
         (verplaatste) informatie.

       - BEGIN Informatie per kenmerk MRTE

         Binnen onze leefwereld kunnen we meest basaal onderscheid  maken tussen (relatief):
         - veranderlijk/beweeglijk/los en onveranderlijk/onbeweeglijk/vast
         -             binnen/inwendig en buiten/uitwendig

         De functie van de min of meer vaste structuren is het bieden van een
                           min of meer vaste structuur, houvast en bescherming  voor verschillende
                           wel/niet levende lichamen.
         De functie van de min of meer losse structuren is het bieden van een
                           transporten, stromen, uitwisselingen, communicatie tussen verschillende
                           wel/niet levende lichamen.

         Bij communicatie wordt informatie getransporteerd.

         Het MRTE-indelingsmodel biedt een kader bieden voor het begrip "informatie".

         Per kenmerk M R T E kan een deelkenmerk worden aangemerkt welke betrekking heeft op de
             eigenschappen van informatie.

         - Informatie per kenmerk M R T E:

           M {info}  ~ {onwerkelijkheid}/{onecht} als tegenstelling van {werkelijkheid}/{echt},
                        o.a. beeld, geluid en andere golfverschijnselen
           R {C}     ~ {verplaatst_deel}
           T {4}     ~ {externe_verplaatsing} ; in de woordenlijsten als zelfstandige naamwoorden bij {2}
           E {o}     ~ {oorzaak}              ; als zelfstandige naamwoorden bij {o}

           - Informatie als {info} binnen {M}
                        - {info} binnen {M} zou je kunnen duiden als de {onwerkelijkheid}.

           - Informatie als {C} binnen {R}

                        - {C} is het verplaatste deel, onmisbaar bij communicatie.

                        - Informatie wordt vaak niet slechts door één deel gevormd, maar door de onderlinge
                          ruimtelijke stand/configuratie/constellatie/structuur van verschillende
                          delen/deeltjes, al dan niet gelijktijdig gevormd.

                        - Informatie bestaat als onderdeel van de beweging, vaak uit lichtdeeltjes,
                          geluiddeeltjes e.a.  golfdeeltjes.

                        - Informatie in de tijd:
                          - te verplaatsen/bewegen     (oorzaak)
                          -    verplaatsende/bewegende
                          -    verplaatste/bewogen     (gevolg)

                        - Informatie = de te verplaatsen - of de verplaatsende - of de verplaatste delen,
                                       {C} in het MRTE-indelingsmodel, veelal beeld-, geluid- of andere
                                       golfdeeltjes, maar ook meer concrete delen/deeltjes.

                        - Het verplaatst deel {C} en en de route {D} kunnen een onderlinge wisselwerking hebben,
                          zoals een rivier, regen of wind het landschap (op den duur) uitslijt.

           - Informatie als {4} binnen {T}

                       - T betreft enkel verplaatsingen van C, dus ook de input en de output van T betreffen
                                   enkel verplaatsingen.
                           C is het verplaatste deel en enkel als zodanig is C informatie, omdat C als gevolg
                             van de verplaatsing een mutatie-verandering tot gevolg heeft.
                           C heeft anders dan de verplaatsing niet per definitie ook een informatief karakter,
                             maar dat kan natuurlijk wel.

                       - C bevat niet altijd informatie.

                       - In de woordenlijsten staat informatie onder T dikwijls vermeld onder denken {2} tussen
                            waarnemen {1} en uiten {3}, maar gedacht vanuit de werkelijke wereld, namelijk
                            vanuit subject S, zou het denken over subject S bij {4} geplaatst worden.
                            Bezien vanuit een willekeurig subject S, waarbij S dus NIET de waarnemer is,
                                   maar het onderwerp van beschouwing, zou het denken {2} over subject S
                                   geplaatst worden onder {4}.
                            Bewegingen/verplaatsingen van informatie (bv. over S) vanuit S vindt plaats binnen
                                       de waarneming/waarnemer van subject S.
                            Bewegingen/verplaatsingen van informatie over S kun je beschouwen als fase {4} van T.

                            In fase 1 en fase 3 kan natuurlijk vaak sprake zijn van gelijktijdige wisselwerking
                               tussen subject S en omgeving, bijvoorbeeld een waarnemer in de omgeving.

                            Schematisch zou de wisselwerking tussen het waar te nemen subject S en de waarnemer
                                        ongeveer kunnen verlopen als:

                                        1. De waarnemer raakt/is aandachtig voor - en gespitst met het lichaam en
                                              in het bijzonder de zintuigen, op het waar te nemen subject S door
                                              interne en/of externe motivatie, bijvoorbeeld ook vanwege stimuli
                                              van het waar te nemen subject zelf, mogelijk is ook sprake van een
                                              zoektocht naar S.
                                              In een boek of rapport wordt gesproken van "voorwoord" of
                                              "samenvatting".
                                              In voorbeelden van 4 stadia, waarbij de waarnemer centraal staat,
                                                 zou dit stadium 3 zijn.
                                        2. De waarnemer vormt zich een beeld van het subject S, door interne en/of
                                              externe beschrijving/schematisatie/voorstelling van S.
                                              In voorbeelden van 4 stadia, waarbij de waarnemer centraal staat,
                                                 zou dit stadium 4 zijn.
                                                 Maar hoewel hier dus sprake is van stadium 4 kun je stellen dat
                                                 de werkelijkheid van stadium 4 alleen begrepen en gekend kan
                                                 worden binnen de waarnemer van "S".
                                                 In een boek of rapport wordt gesproken van "inleiding".
                                        3. Subject S manifesteert zich of laat zich manifesteren.
                                              In bijvoorbeeld een les, lezing of boek is dan sprake van de
                                              zogenoemde "uiteenzetting".
                                              In voorbeelden van 4 stadia, waarbij de waarnemer centraal staat,
                                              zou dit stadium 1 zijn.
                                        4. De waarnemer evalueert de bevindingen uit voorgaande 3 fasen, intern
                                              en/of met of door anderen, in een boek of rapport: "nawoord" of 
                                              "conclusie".
                                              In voorbeelden van 4 stadia, waarbij de waarnemer centraal staat,
                                              zou dit stadium 2 zijn.

           - Informatie als {o} binnen {E}

                        - Informatie heeft het vermogen tot veranderen, hetzij door verplaatsing van zichzelf,
                                     hetzij door het aanzetten tot andere verplaatsingen en daardoor plaats- en
                                     gedaanteveranderingen.

         - Hoe kunnen we weten wat werkelijkheid is en wat informatie is?

           Hieronder staan de corresponderende kenmerken van "informatie" en
                                               kenmerken van het MRTE-indelingsmodel als voorbeeld hoe de
                                               natuur ons "informatie" zou kunnen laten herkennen,
           __________________________________________________________________________________

           informatie als deelkenmerken (1 van 4) van de 4 basiskenmerken
           __________________________________________________________________________________

           kenmerk                                   deelkenmerk deelkenmerkcode configuratie
           __________________________________________________________________________________

                 M                               onwerkelijkheid          {info}        bu-bi
                 R                               verplaatst_deel             {C}        bi-bi
                 T  verplaatsing_buiten_het_beschouwde_onderwerp             {4}        bu-bu
                 E                           veroorzaker/oorzaak             {o}        bi-bu
           __________________________________________________________________________________

       - END   Informatie per kenmerk MRTE

   END   informatie

END   Gebruikte betekenissen

De woordenlijsten van het MRTE (indelingsmodel voor een) systematisch woordenboek bevatten 130.000
   unieke woorden en 45.000 uitdrukkingen of korte zinnen.

Het onderscheid van het MRTE (indelingsmodel voor een) systematisch woordenboek en andere systematische
    woordenboeken lijkt vooralsnog:

    - MRTE is een poging tot een verklaarde symmetrische begrippenstructuur gebaseerd op het
           basisbegrip "plaats" waarvan afgeleid 2x2 afgeleide basisbegrippen:
           - wel/niet binnen
           - wel/niet verandering
    - MRTE kan worden beschouwd als een ruwe amateuristische schets voor een:
           - indelingsmodel voor begrippen
           - model voor een systematisch woordenboek
           - conceptueel model van de werkelijkheid
           - communicatiemodel
           - definitiestructuur
           - informatiestromenmodel
    - de lijsten bevatten ook opsommingen van (voorzetsel/voorzetsel/..)werkwoord = (vz/vz/..)ww
    - woordsoorten (ww zn bw/bn/vz/vw/..) staan op 1 regel
    - lijstnamen als {thema}{thema}.. -> naast indeling volgens MRTE-model ook direct af te leiden
                 indelingen volgens thema's.
    - aparte lijsten voor betrekkelijk veelvoorkomende subindelingen/thema's:
                          {vvav}        = voorvoegsels en achtervoegsels
                          {tw}          = tussenwerpsels en/of korte zinnen
                          {typen}       = soorten
                          {termen}      = woorden binnen woordgebruiksgebied
                          {(te_)veel}   ; kan wellicht deels ook worden beschouwd als {:>}
                          {(te_)weinig} ; kan wellicht deels ook worden beschouwd als {:<}
                          {niets}       ; kan wellicht deels ook worden beschouwd als {:<}
                          {ondergaan}   ; kan wellicht deels ook worden beschouwd als {g} of als {2}
    - met de indelingen van MRTE kun je wellicht ook het begrip "informatie" van een definitie
      voorzien, ook als voorbeeld hoe we als wezens het onderscheid zouden kunnen maken tussen
      werkelijkheid en informatie.

- De indeling van T in 4 fasen/stadia van verplaatsing/transport lijkt ook zichtbaar in de
     beschrijvingen van cycli die werkprocessen aanduiden.
     Hieronder worden enkele voorbeelden gegeven van (sterk) schematische indelingen van cycli,
     waarbij elke fase (stadium) (deels) gevolg is van de vorige en oorzaak van de volgende.
     Van onderstaande cycli bestaan legio varianten, maar wellicht zijn de cycli deels
     herleidbaar naar de archetypen T-indeling en E-indeling, waarbij de E-indeling
     (= indeling in oorzaak-methode-gevolg) (deels) verwerkt lijkt in de T-indeling
     (= indeling in 4 soorten verplaatsingen: input, output, inwendige- en uitwendige
     verplaatsing).

     Fase 4 (= verplaatsing buiten subject S) wordt vaak aangeduid met het denken over fase 4
     (= hernieuwde fase 2), omdat we de kennis over fase 4 pas kennen na hernieuwde waarneming
     (= hernieuwde fase 1), vandaar o.m. de aanduiding "evaluatie" in fase 4, terwijl wordt bedoeld:
     de werkelijke gebeurtenis in fase 4.

   Voorbeelden van cycli:

   Goederen/data transport.
      1) Goederen/data transport van buiten naar binnen
      2) Goederen/data transport     binnen
      3) Goederen/data transport van binnen naar buiten
      4) Goederen/data transport     buiten

   Reis.
      1) Heenreis
      2) Bestemming, bezoek
      3) Terugreis
      4) Thuisbasis

   Communicatie.
      1) Uitdrukking door object_2, observatie   door object_1
      2) Analyse en synthese                   binnen object_1
      3) Uitdrukking door object_1, observatie   door object_2
      4) Analyse en synthese                   binnen object_2

   Bezoek aan huisarts.
      1) Client informeert huisarts:     anamnese
      2) Huisarts bepaalt de aandoening: diagnose
      3) Huisarts informeert de client:  prognose
      4) Client behandelt zichzelf:      medicatie

   Gebruik van een DBMS.
      1) Data-invoer
      2) Programma run
      3) Data-uitvoer
      4) Data-gebruik

   Bouw van een DBMS.
      1) Toevoegen    van programma's en data voor DBMS
      2) Mutatie      van programma's en data voor DBMS
      3) Verwijdering van programma's en data  uit DBMS
      4) Verzamelen   van programma's en data voor DBMS

   Voedsel cyclus
      1) Voedsel van plant     naar   consument
      2) Voedsel gebruik       binnen consument
      3) Voedsel van consument naar      plant
      4) Voedsel gebruik       binnen    plant

   Produceren.
      1) Kennismaken_met behoeften (verkennen en verzamelen van benodigdheden)
      2) Ontwikkelen
      3) Productie
      4) Gebruiken

   Uitvoering.
      1) Doel
      2) Plan
      3) Uitwerking/implementie
      4) Evaluatie n.a.v. feedback/terugkoppeling

   Onderzoek.
      1) Instructie
      2) Uitvoering
      3) Presentatie
      4) Evaluatie n.a.v. feedback/terugkoppeling

   Bijwonen van een lezing.
      1) Attentie van toehoorders lezing
      2) Introductie van lezing
      3) Lezing
      4) Nabespreking met toehoorders

   Redevoering.
      1) Aanhef          = Exordium
      2) Uiteenzetting   = Narratio
      3) Bewijsvoering   = Argumentatio
      4) Slotbeschouwing = Peroratio

   Lezen van een rapport.
      1) Voorwoord
      2) Inleiding
      3) Uiteenzetting
      4) Nawoord

   Schoollesvoorbereiding.
      1) Motivatie
      2) Schematisatie
      3) Uiteenzetting
      4) Evaluatie n.a.v. feedback/terugkoppeling

   Empirische cyclus.
      1) Waarneming
      2) Inductie en reductie
      3) Toetsen
      4) Evaluatie n.a.v. feedback/terugkoppeling

   Deelname als persoon C aan S i.d.v.v. bv. een bedrijf/club/groep/instelling/onderneming/school/vereniging
      1) Aanmelden
      2) Participeren
      3) Afscheid_nemen/verlaten/vluchten
      4) Mijden

   Je kunt de indelingen van cycli gebruiken bij het gesproken of schriftelijk weergeven van informatie,
      bijvoorbeeld bij een hoofdstukindeling.
      Bij een hoofdstukindeling kun je bijvoorbeeld ook 2 cycli haaks op elkaar plaatsen, zodat je 16
      hoofdstukken krijgt, bijvoorbeeld bij het maken van een gebruiksproduct met een duidelijke
      input en output, bijvoorbeeld een DBMS, per gebruikscyclus de maakcyclus:

      - Gebruikcyclus:
        1. Input
           subindeling: 1-4 van de maakcyclus
        2. Interne verwerking
           subindeling: 1-4 van de maakcyclus
        3. Output
           subindeling: 1-4 van de maakcyclus
        4. Externe verwerking, w.o. gebruik van de output
           subindeling: 1-4 van de maakcyclus

      - Maakcyclus:
        1. Doel
        2. Opzet/plan
        3. Uitwerking
        4. Controle/evaluatie

BEGIN Toelichting bij methoden {mt}

  De objecten {m} en {t} vormen samen {mt}.
  {m}  = meewerken
  {t}  = tegenwerken
  {mt} = methode, techniek

  Methoden kunnen initieel worden ingedeeld volgens onderstaande 4 fasen uit T
           (algemeen: T1. input T2. interne verwerking T3. output T4. externe verwerking)
           waarin ook E (oorzaak-methode-gevolg) verwerkt kan worden (E_in_T):
           - T1 onderzoeken (vastleggend, beschrijvend, descriptief)
           - T2 kiezen
           - T3 sturen      (voorschrijvend, prescriptief, normatief, regelend)
           - T4 resultaat

           Je kunt ook de items "beschrijvend" en "voorschrijvend" ook beschouwen als 2 substadia
              van fase 2, in fase 2 worden:
              - de waarnemingen uit fase 1 opgeslagen (vastleggend, beschrijvend, descriptief) als
                na-modellen in het geheugen, mogelijk veelal in de vorm van inductie
                (van bijzonder naar algemeen)
              - (met behulp van de na-modellen in het geheugen) voor-modellen (plannen/programma's)
                gemaakt (voorschrijvend, prescriptief, normatief, regelend) om daaraan wel of geen
                uiting te geven in fase 3, mogelijk veelal in de vorm van deductie
                (van algemeen naar bijzonder).

  Methoden kunnen initieel ook worden ingedeeld volgens onderstaande 3 fasen uit E of sub zijn
           van bovenstaande 4 T-fasen:

           - o  oorzaak
           - mt methode/werkwijze, te onderscheiden als mee- of tegenwerkend
           - g  gevolg

  In proces-beschrijvingen zie je  wel dat de opeenvolgende E-fasen verwerkt zijn/lijken
                                           in opeenvolgende T-fasen.

  In proces-beschrijvingen zie je niet dat de opeenvolgende T-fasen verwerkt zijn/lijken
                                           in opeenvolgende E-fasen.

  Hieruit zou je kunnen vermoeden dat het dierlijk/menselijk "denken" zich wellicht in
          beginsel/oorsprong concentreert rond de denkbeeldige scheidslijn tussen R en T
          (het begrip beweging), waarbij M en E fungeren als ondersteunende-/sub-indelingen.

           _____________________________________________________________________

           BEGIN methodisch/systematisch werken volgens oorzaak-werkwijze-gevolg
           _____________________________________________________________________

           - oorzaak: behoefte probleem

               beleidsgericht_werken     beleidsgerichtheid     beleidsgericht
           op_de_bron_gericht_werken        brongerichtheid        brongericht
              probleemgericht_werken    probleemgerichtheid    probleemgericht
                 vraaggericht_werken       vraaggerichtheid       vraaggericht

           - werkwijze: methode, werk-mogelijkheden

                 actiegericht_werken       actiegerichtheid       actiegericht
           competentiegericht_werken competentiegerichtheid competentiegericht
               functiegericht_werken     functiegerichtheid     functiegericht
               gedragsgericht_werken     gedragsgerichtheid     gedragsgericht
              potentiegericht_werken    potentiegerichtheid    potentiegericht
              praktijkgericht_werken    praktijkgerichtheid    praktijkgericht
                procesgericht_werken      procesgerichtheid      procesgericht
               systeemgericht_werken     systeemgerichtheid     systeemgericht

           - gevolg: doel oplossing

                  doelgericht_werken        doelgerichtheid        doelgericht
                effectgericht_werken      effectgerichtheid      effectgericht
            gebruikersgericht_werken  gebruikersgerichtheid  gebruikersgericht
            oplossingsgericht_werken  oplossingsgerichtheid  oplossingsgericht
             prestatiegericht_werken   prestatiegerichtheid   prestatiegericht
               productgericht_werken     productgerichtheid     productgericht
             resultaatgericht_werken   resultaatgerichtheid   resultaatgericht
                  taakgericht_werken        taakgerichtheid        taakgericht
              toekomstgericht_werken    toekomstgerichtheid    toekomstgericht
           toepassingsgericht_werken toepassingsgerichtheid toepassingsgericht

           _____________________________________________________________________

           END   methodisch/systematisch werken volgens oorzaak-werkwijze-gevolg
           _____________________________________________________________________

END   Toelichting bij methoden {mt}

Naslag puzzelwoordenboeken:
- Huizinga's klein woordenboek voor puzzelaars ; A.J.G. Strengholt's uitgeversmaatschappij Amsterdam
- Encyclopedie voor puzzelaars II ; A. van Opperdoes ; A.J.G. Strengholt's uitgeversmaatschappij Amsterdam
- De grote encyclopedie voor puzzelaars ; G. op de Beek ; A.J.G. Strengholt's uitgeversmaatschappij Amsterdam
- Passen en meten met woorden ; Onkenhout Groep
- 1.500.000 puzzelwoorden De grote puzzelvraagbaak ; Rik van Steenbergen ; Rebo Productions bv. Lisse
- 20.000 puzzelwoorden ; A.F. Kerbert en A. de Moor ; Uitgeverij "Elmar" N.V. Delft

Aanbevolen boek(en):
- Het juiste woord ; standaard betekeniswoordenboek der Nederlandse taal ; dr. L.Bouwers ; Standaard uitgeverij Antwerpen/Utrecht

de MRTE-redactie

END   Toelichting